Enkele disclaimers vooraf:

LGBTI

  • Dit is een letterwoord om seksuele, gender- en geslachtsdiversiteit aan te duiden. L= lesbisch, G= gay (homo), B= bi+, T= trans(gender), I= intersekse. De uitleg voor deze woorden kan je terugvinden in deze lijst.
  • Soms zie je dat er LGB geschreven staat, een andere keer staat er dan weer LGBTIQ+. De plus staat dan voor alle personen en groepen die buiten de (cis)gender- en heteronorm vallen, maar niet onder 1 van de genoemde letters. De Q kan staan voor queer of questioning (zoekend). De keuze voor welke letters je gebruikt hangt af van doelgroep waarover je spreekt. Soms kan dit een weloverwogen keuze zijn, soms gebruikt men meteen het volledige letterwoord om de volledige gemeenschap aan te spreken.
  • Over de keuze tussen LGBTI en LGBTI+ lees je meer op cavaria.be/lgbti.

Plaats- en cultuurgebonden 

  • Terminologie rond seksualiteit en gender is plaats- en cultuurafhankelijk. Dit betekent dat de terminologie die hier wordt besproken niet noodzakelijk gekend is of gebruikt wordt in andere delen van de wereld. Omgekeerd zijn wij niet altijd op de hoogte van de terminologie die in andere delen van de wereld dan weer heel bekend is. Het is dus goed om te weten dat deze lijst geschreven is in België, door een persoon die is opgegroeid in België met Nederlands als moedertaal. Hier vind je dus vooral westerse termen.

Januari 2021

  • Taal is constant in verandering. Sommige termen die vijf jaar geleden enorm populair waren, worden nu niet meer gebruikt. Termen die nu onbekend zijn kunnen binnen een jaar dan weer massaal gebruikt worden. Het is dus goed om te weten dat deze lijst een reflectie is van het huidige taalgebruik en de huidige terminologie, namelijk die van januari 2021.

Zelfidentificatie

  • Deze lijst bestaat uit termen en hun verklaringen. Onze lijst geeft een overzicht van definities, maar wilt niet vasthouden aan vastgeroeste versies ervan of hokjesdenken. Met onze lijst bieden we vooral een handig en gebruiksvriendelijk instrument waarin informatie makkelijk terug te vinden is. Bij de termen in deze lijst is er altijd nog ruimte voor nuance, voor je eigen situatie en invulling. 
  • Er bestaan veel verschillende termen om je seksuele en genderidentiteit een naam te geven. Sommige mensen kiezen er bewust voor om geen label te gebruiken. Anderen kiezen voor een heel specifiek label. Je beslist zelf of en welk label je voor jezelf gebruikt. 
  • In onze lijst kan je ook woorden vinden die we aanraden om niet te gebruiken. We namen ze op omdat sommige personen ze wel gebruiken om zichzelf te omschrijven, of omdat je ze misschien nog ergens tegenkomt. In de bijhorende woordverklaring vermelden we het als een woord tegenwoordig een negatieve bijklank heeft of intussen verouderd is.

Voornaamwoorden

  • Persoonlijke voornaamwoorden zijn woorden die naar iets of iemand verwijzen. Om naar mannen te verwijzen gebruikt men hij/hem/zijn, voor vrouwen is er zij/haar/haar. Een genderneutrale optie om naar iemand te verwijzen is die/hen/hun. Die/hen/hun wordt onder meer gebruikt om te verwijzen naar personen wiens gender niet bekend of relevant is. Deze lijst doet dat ook. 
    • Vb. Elke verantwoordelijke moet zijn team begeleiden. 
    • Elke verantwoordelijke moet hun team begeleiden. 
    • Alternatief: Elke verantwoordelijke moet het eigen team begeleiden. 
  • De voornaamwoorden die/hen/hun zijn niet enkel genderneutraal, ze worden ook vaak gekozen door non-binaire personen om naar zichzelf te laten verwijzen.

Meer weten

  • Lumi is de opvang- en infolijn van çavaria. Je kan er terecht met al je vragen over gender en seksuele voorkeur. Chatten, bellen of mailen met Lumi is helemaal gratis, vertrouwelijk en anoniem. Meer info en contactgegevens vind je op lumi.be/word-geholpen. Op lumi.be vind je als LGBTI+-persoon, ouder of professional ook veel informatie en relevante doorverwijzingen. 
  • KLIQ is het vormings- en trainingscentrum van çavaria dat werkt rond gender- en seksuele diversiteit. Je kan bij KLIQ terecht voor vormingen, trajectbegeleiding en webinars rond het LGBTI-thema. 
  • ZIZO is het online LGBTI+-magazine van çavaria. ZIZO brengt artikels over holebi's, queers, trans en intersekse personen. Een ploeg enthousiaste vrijwilligers staat in voor de inhoudelijke samenstelling.
letter A
  • Agender 
    • Een genderidentiteit die meestal onder de non-binaire paraplu valt (zie: Non-binair). Agender personen hebben geen beleving van gender, of ervaren een afwezigheid van gender. Men noemt dit ook wel ‘genderloos’ of ‘nongender’.
       
  • Allochtoon 
    • Een term die gebruikt werd om te verwijzen naar mensen die gemigreerd zijn. De termen autochtoon en allochtoon vertrekken vanuit een tegenstelling: de autochtonen zijn deel van de groep, de allochtonen niet. De term allochtoon heeft een stigmatiserende en etnische connotatie. Zo zal een Turkse of Poolse migrant sneller als ‘allochtoon’ worden benoemd dan een Nederlandse of Duitse migrant. Er worden tegenwoordig alternatieven gebruikt zoals het eerder academische ECM, of persoon uit een etnische-culturele minderheid, of persoon met een migratieachtergrond.
       
  • Alloseksueel 
    • Iemand die alloseksueel is, voelt vaak of soms seksuele aantrekking voor een andere persoon. Alloseksuele personen kunnen zich identificeren als deel van de LGBTIQ+-paraplu.
    • Alloseksueel is de tegenhanger van aseksueel (zie:Aseksueel).
       
  • Androfilie 
    • Een term die te maken heeft met romantische en/of seksuele aantrekking. Als je androfiel/androseksueel bent, dan val je op mannen of mannelijkheid. Omdat de term gebruikt kan worden door iemand van eender welke genderidentiteit wordt de term soms gezien als een alternatief voor de tweesplitsing hetero- en homoseksualiteit. Mannen, vrouwen, non-binaire personen, ... kunnen androfiel/androseksueel zijn.
    • Met deze term kan je je aantrekking tot persoonskenmerken omschrijven, zonder er dus automatisch je eigen genderidentiteit of sekse bij te betrekken. Ook de genderidentiteit of sekse van de persoon waarop je valt, hoeft hierbij niet betrokken te worden. Bijvoorbeeld: je bent aangetrokken tot iemand die zeer mannelijk overkomt maar zich als vrouw of non-binair identificeert.
    • De term maakte al heel wat betekenisverschuivingen mee. In sommige gevallen werd de term in verband gebracht met LGBTI-negativiteit (zie: Holebinegativiteit / Transnegativiteit / Interseksenegativiteit) en cisnormatieve opvattingen (zie: Cisnormatief).
      • Zo zijn er mannen die zich als androfiel omschrijven omdat ze zich willen distantiëren van de voor hen negatief geladen term ‘homo’ en het vaak stereotype beeld dat daarmee geassocieerd wordt. Deze afkeer van het woord ‘homo’ kan gezien worden als (geïnternaliseerde) homofobie (zie: Geïnternaliseerde holebi-, trans- en interseksefobie).
      • Ook met betrekking tot trans en non-binaire personen kan de term androfiel/androseksueel problematisch zijn. Een androfiel valt op ‘mannelijkheid’, maar wat is mannelijkheid? Op deze manier valt de term terug op cisnormatieve opvattingen.
    • Naast androfilie is er ook de tegenhanger gynefilie, aantrekking tot vrouwelijkheid (zie: Gynefilie).
       
  • Androgyn
    • Je kan er (toevallig) androgyn uitzien, je androgyn voelen, of je androgyn uitdrukken.
    • Personen die zich androgyn uitdrukken laten zich niet beïnvloeden door gendernormen in hun expressie. Ze gebruiken kenmerken van een heel spectrum aan genderexpressie om zich te uiten: zowel mannelijke kenmerken als vrouwelijke kenmerken als alles ertussenin of erbuiten.
       
  • Aromantisch / Aro
    • Aromantisch zijn is een romantische oriëntatie. Of soms correcter: het niet hebben van een romantische oriëntatie.
    • Iemand die aromantisch of 'aro' is, voelt niet of zelden romantische aantrekking tot andere personen. Ze kunnen wel emotionele en intieme banden opbouwen op basis van diepe connecties (zo’n connectie wordt ook wel een squish genoemd). Ze kunnen zeker liefde voelen voor anderen, enkel geen romantische liefde. Aromantische personen kunnen zich identificeren als deel van de LGBTIQ+-paraplu. Net zoals bij seksualiteit en gender bevindt romantische aantrekking zich ook op een spectrum, men noemt dit ook wel het aro-spectrum.
       
  • Aseksualiteit
    • Net zoals bij seksualiteit en gender bevindt seksuele aantrekking zich ook op een spectrum. Aseksualiteit is een parapluterm en aseksueel zijn is een seksuele oriëntatie (zie: Seksuele oriëntatie). Of soms correcter: het niet hebben van een seksuele oriëntatie. Aseksuele personen kunnen zich identificeren als deel van de LGBTIQ+-paraplu.
    • Iemand die aseksueel of 'ace' is, voelt niet of zelden seksuele aantrekking voor iemand. Ze worden zelden seksueel opgewonden, of hebben zelden zin in seks met een partner. Dat betekent niet dat ze geen seks kunnen hebben, of nooit seksuele handelingen doen. Het betekent ook niet noodzakelijk dat ze een afkeer hebben van seks, het vies of verkeerd vinden. Het gaat niet over wat je kan of doet, maar over wat je voelt.
    • Aseksuele personen kunnen seksuele relaties hebben. Sommige aseksuele personen kiezen ervoor om seks te hebben met een partner, ook al voelen ze er zelf de nood niet toe. Sommige aseksuele personen hebben een rijke erotische beleving met zichzelf, maar hebben nooit of zelden zin in seks met een partner.
    • Sommige aseksuele personen hebben langdurige niet-seksuele, maar wel fysieke relaties. Aseksueel zijn zegt niets over hoe fysiek intiem iemand kan of wil zijn met anderen. Het zegt ook niets over hoe ze intimiteit uitdrukken. Er zijn aseksuele personen die genieten van fysieke affectie zoals knuffelen en kussen. Voor hen is dat niet iets dat automatisch leidt tot zin in seks.
    • Onder de parapluterm aseksualiteit kan je verschillende termen terugvinden Grey asexual slaat op de grijze zone tussen seksualiteit en aseksualiteit, waarbij een persoon soms seksuele aantrekking kan voelen. Als je je enkel seksueel aangetrokken voelt tot mensen waarmee je een innige emotionele band hebt opgebouwd kan je jezelf identificeren als demiseksueel.
letter B
  • Beperking / Handicap
    • Een persoon met een (functie)beperking of een persoon met een handicap ondervindt door deze beperking een impact op zaken zoals werk, verplaatsing en sociaal leven. Er bestaan verschillende soorten beperkingen. Visuele beperkingen hebben betrekking op de ogen, mensen zijn bijvoorbeeld blind of slechtziend. Cognitieve beperkingen hebben te maken met het zenuwstelsel, het brein en de ontwikkeling ervan. Een fysieke beperking heeft dan weer invloed op de mogelijkheid om te bewegen. De term handicap slaat ook op maatschappelijke belemmeringen zoals discriminatie en vooroordelen.
    • Sommige personen worden liever niet benoemt als iemand met een beperking of handicap. Dat kan zijn omdat ze zich niet gehinderd voelen in hun deelname aan de samenleving. Een andere reden is dat sommige personen het niet bekijken als een beperking hebben, maar wel beperkt worden.Zij leggen de reden voor hun zogenaamde beperking of handicap bij de vaak ontoegankelijk manier waarop een validistische samenleving (zie: Validisme) georganiseerd is. Anderen vinden het belangrijk om erkend te worden als persoon met een beperking of handicap, om zo begrip en voldoende ondersteuning te krijgen vanuit de samenleving.
       
  • Binair
    • Wijst op de veronderstelling dat de samenleving is opgebouwd uit tegengestelde paren. Bijvoorbeeld: goed – slecht; man – vrouw; hetero – homo; … Deze veronderstelling is vaak niet enkel simplistisch, maar ook onvolledig of zelfs incorrect. Binair denken op vlak van gender, seksualiteit en geslachtskenmerken laat veel personen onerkend. Bijvoorbeeld: mensen die non-binair, bi, panseksueel, intersekse … zijn. Een alternatieve manier van ordenen is een spectrum, waarbij er tussen de twee uitersten (en erbuiten) ook ruimte is om jezelf te plaatsen. Dat is een meer genuanceerde manier om de samenleving in te delen. Bovendien laat deze ook ruimte voor mensen die niet binnen de misleidende tweedelingen van een binair denkkader passen.
       
  • Biologische moeder / Geboorteouder
    • Een geboorteouder is een persoon die bevalt van een kind en daarvoor een ouderrol opneemt. Vroeger werd de term ‘biologische moeder’ gebruikt, maar omdat de geboorteouder niet altijd een vrouw is en ook niet steeds de genetische ouder (bv. wanneer er met een donoreicel wordt gewerkt), wordt er tegenwoordig gekozen voor ‘geboorteouder’. In vrouwenkoppels kan je de partner die het kind gebaard heeft dus de geboortemoeder noemen. De partner die het kind niet heeft gebaard, heet in dat geval de meemoeder (zie: Meemoeder).
    • Niet elke persoon die een kind baart is een vrouw. Sommige trans mannen en non-binaire personen kunnen ook zwanger worden en een kind baren. Om inclusief te spreken over de groep personen die een kind baren, spreek je dus over ‘geboorteouders’ in plaats van geboortemoeders. In plaats van ‘de zwangere vrouw’ kan je simpelweg ‘de zwangere’ zeggen.
       
  • Bi+
    • Een paraplubegrip (of koepelterm) die gebruikt wordt om iemands seksuele en/of romantische oriëntatie weer te geven. We spreken over bi+ wanneer een persoon romantisch en/of seksueel aangetrokken is tot personen van meer dan één genderidentiteit. Tot welke genderidentiteit je aangetrokken wordt, kan variëren doorheen de tijd en in intensiteit. In het verleden werd eerder biseksueel gebruikt als term. Deze werd vaak gedefinieerd als ‘vallen op mannen en vrouwen’. De definitie van bi+ is ruimer en meer genderinclusief.
    • Onder de koepelterm bi+ vind je heel wat termen. Samen zijn ze het bi+-spectrum. Polyseksueel betekent dat je aantrekking kan voelen tot mensen van meer dan één, maar niet noodzakelijk alle genderidentiteiten. Als je het aspect genderidentiteit geen belangrijke factor vindt bij een potentiële partner, kan je jezelf omschrijven als panseksueel. Panseksuele mensen noemen zichzelf soms ‘genderblind’. Als je merkt dat je aantrekking verandert doorheen de tijd dan kan je die fluïde noemen.
       
  • Biseksueel (zie:Bi+)
     
  • Butch
    • Een term die ontstond in het begin van de twintigste eeuw om te verwijzen naar lesbische vrouwen met een eerder mannelijke uitstraling, of expressie die traditioneel geassocieerd wordt met mannelijkheid. Het tegenovergestelde van butch is femme (zie: Femme). Het woord heeft een rijke geschiedenis en de betekenis is al verschillende keren verschoven. Het woord wordt vandaag niet enkel gebruikt door lesbische vrouwen, maar ook door gender non-conforme en trans personen.
letter C
  • Cisgender
    • Een term die beschrijft dat het geslacht dat je toegewezen krijgt bij je geboorte (op basis van je geslachtsdelen) overeenkomt met je genderidentiteit. Als je bij je geboorte het vrouwelijk geslacht krijgt toegewezen en je voelt je ook vrouw, dan noemt men dit cisgender. Als dit niet overeenkomt dan noemt men dit transgender.
       
  • Cisnormatief
    • Gendernormen zijn (ongeschreven) sociale regels die maatschappelijke verwachtingen koppelen aan een geslacht. De opvatting dat ieders genderidentiteit overeenkomt met de genderidentiteit die hen werd toegewezen op basis van hun geslachtsdelen bij de geboorte noemt men de cisnorm. Cisgender zijn is dus met andere woorden de norm. Dat wordt duidelijk wanneer iemand verbaasd is wanneer die hoort dat iemand anders’ genderidentiteit niet overeenkomt met het geslacht dat werd toegekend bij de geboorte. De cisgendernorm is ook de reden waarom personen die zich gender non-conform uiten of gedragen, snel gezien worden als ‘afwijkend’. Dat afwijkende duidt op het afwijken van de norm.
       
  • Coming-in
    • Een coming-in is de kennismaking van een LGBTIQ+ persoon met de LGBTIQ+ wereld. Mensen zoeken vaak anderen op waarmee ze een deel van hun identiteit delen. Velen vinden daarin een gevoel van erkenning of ‘thuis komen’. LGBTIQ+-personen leren vaak anderen met gelijkaardige ervaringen en verhalen kennen via specifieke LGBTQI+-bars, verenigingen of praatgroepen, online fora en social media-kanalen, boeken rond LGBTIQ+-thema’s, ...
       
  • Coming-out
    • Een coming-out of ‘uit de kast komen’ is iets persoonlijks publiek maken. Je kan over heel wat dingen uit de kast komen, maar meestal gaat het over je romantische oriëntatie, seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Dan vertel je bijvoorbeeld dat je holebi of transgender bent. Je kan ook over je relatievorm een coming-out doen. Dan vertel je misschien dat je polyamoureus bent (zie: Polyamorie) of niet-monogame relaties hebt. Sommige mensen 'outen' zich op vlak van seksuele gezondheid, bijvoorbeeld als iemand die hiv+ is.
    • Klassiek wordt het voor jezelf uitzoeken en accepteren dat je LGBTIQ+ bent, gezien als het eerste aspect van een coming-out. Je kan vervolgens beslissen om dit aan je omgeving te vertellen. Iets kwetsbaars vertellen over jezelf kan eng zijn, en vaak moeten mensen lang nadenken voor ze het zeggen en of ze het wel willen zeggen. Er is geen juiste formule om uit de kast te komen, je zoekt de manier waar je je zelf het beste bij voelt, en tegen wie je het zegt.
    • Niet iedereen wil of kan een coming-out doen. Sommige personen houden liever privé op wie ze verliefd worden, met wie ze seks hebben, of hoe ze zich voelen. Anderen delen hun gevoelens bijvoorbeeld wel graag met enkele vrienden en familieleden, maar besluiten het verder privé te houden.
    • Vaak denken mensen dat een coming-out één groot moment is. Je vertelt één keer hoe het zit en daarna weet iedereen het. Meestal is dat niet het geval. Eigenlijk is 'coming-outproces' een beter woord. Uit de kast komen duurt meestal een tijdje. Het duurt even om jezelf te leren kennen, zelf oké te zijn met je gevoelens, af te wegen of en waarom je het wil vertellen, wie je met het nieuws kan en wil vertrouwen ... Daarnaast is coming-out ook een continu proces, want je zal je LGBTIQ+-identiteit vaak opnieuw moeten uitleggen in nieuwe situaties (bv. een nieuwe job).
    • Als je je LGBTIQ+-identiteit openlijk uit in je dagelijkse leven dan ben je ‘out’, of ‘uit de kast’. Deze tweedeling tussen ‘in’ en ‘uit’ de kast is vaak te simplistisch om de dagelijkse ervaringen van LGBTIQ+-personen te vatten. Als alternatief wordt er ook gesproken over ‘navigeren tussen openheid en geslotenheid’, bijvoorbeeld wanneer sommige van je sociale kringen geen kennis hebben over je LGBTIQ+-identiteit, terwijl andere kringen wel impliciet of expliciet weten dat je LGBTIQ+ bent.
       
  • Crossdressing / Crossdresser (Ook: Travestie / Travestiet / Travesties)
    • Mensen die aan crossdressing doen verplaatsen zich tijdelijk in een genderexpressie die niet overeenkomt met hun genderidentiteit. Dit kan door te spelen met bv. kledij, make-up en kapsel, maar ook via taalgebruik en lichaamshouding. Crossdressing wordt ook wel travestie genoemd. Iedereen kan aan crossdressing doen, ongeacht hun genderidentiteit.
    • Crossdressing in de context van een show of optreden wordt ook wel drag genoemd. Onder drag zijn dragqueens het meest gekend, maar ook dragkings en female drag bestaan. Een dragqueen is doorgaans een man die optreedt met een vrouwelijke expressie, een dragking is doorgaans een vrouw die optreedt met een mannelijke expressie. Female drag is wanneer een vrouw als dragqueen optreedt.
letter D
  • Deadnaming
    • Sommige trans personen kiezen een nieuwe naam die beter past bij hun genderidentiteit. Hun eerdere naam is dan hun ‘dead name’. Als anderen voor hen bewust of onbewust de vorige naam blijven gebruiken, dan noemt men dit deadnaming. Het kan zijn dat mensen zich vergissen of nog moeten aanpassen aan een nieuwe naam. Als het echter bewust en met slechte bedoelingen gebeurt dan is het een vorm van verbaal geweld.
       
  • Demigender
    • Als je een gedeeltelijke connectie hebt met een bepaalde genderidentiteit, dan kan je jezelf demigender noemen. Bijvoorbeeld: een demi-jongen voelt zich gedeeltelijk jongen, een demi-vrouw voelt zich voor een deel vrouw.
       
  • Demiseksueel (zie: Aseksualiteit)
     
  • Discriminatie
    • Discriminatie betekent dat je niet op dezelfde manier wordt behandeld omwille van persoonlijke kenmerken zoals taal, etniciteit, oriëntatie of gender. Discriminatie is vaak een gevolg van al dan niet bewuste vooroordelen tegenover deze kenmerken.
    • Je kan discriminatie ervaren in verschillende facetten van het leven. Zo kan je bijvoorbeeld in je klas uit de kast komen als trans persoon, en opmerken dat je daarna niet meer uitgenodigd wordt op verjaardagsfeestjes. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van discriminatie die wettelijk verboden is. Dat is bijvoorbeeld het geval als je op sollicitaties geweigerd wordt omdat je uit de kast bent als homo. Discriminatie kan je melden, en in sommige gevallen kan het tot een rechtszaak komen.
    • Wettelijk gezien is er sprake van discriminatie als iemand op basis van een beschermd criterium verschillend wordt behandeld, zonder dat daarvoor een gegronde rechtvaardiging bestaat. Een van deze beschermde criteria is seksuele oriëntatie. Ook geslachtsverandering, genderexpressie en genderidentiteit staan in het lijstje. Een gegronde rechtvaardiging om iemand op basis van deze criteria anders te behandelen is in de praktijk bijna nooit te vinden.
       
  • Drag
    • Doorgaans slaat dit op personen die een genderexpressie (zie: Genderexpressie) aannemen die niet overeenkomt met hun genderidentiteit in het kader van een show of een optreden. Dit noemt men ook wel ‘showtravestie’. Een dragqueen is doorgaans een man die optreedt met een vrouwelijke expressie, een dragking is doorgaans een vrouw die optreedt met een mannelijke expressie. Het gaat dus niet enkel over kledij en make-up, maar ook over handgebaren, houding of manier van wandelen. Ook female drag bestaat. Dat is wanneer een vrouw als dragqueen optreedt.
       
  • DSD
    • Dit is de afkorting voor disorders/differences in sex development, of aangeboren aandoening/verschillen in geslachtsontwikkeling. Het is een medische term die vooral verwijst naar de puur lichamelijke ontwikkeling en geslachtskenmerken (zie: Geslachtskenmerken).
    • Sommige intersekse activisten of intersekse personen hebben kritiek op deze term omdat ze hun geslachtsontwikkeling niet zien als een medisch probleem, maar als een normaal deel van een gevarieerd spectrum (zie: Intersekse). Zij omschrijven intersekse variaties niet als een ‘aandoening’, maar wel als een natuurlijk voorkomend fenomeen waarbij het lichaam van een persoon niet volledig past binnen wat wij cultureel als typisch mannelijk of typisch vrouwelijk zien.
letter e
  • Endosekse
    • De tegenhanger van intersekse (zie: Intersekse). Het voorvoegsel 'endo-' is Grieks voor 'binnen' en duidt op het 'passen binnen de normen'. Een endosekse persoon is dus een persoon waarbij de geslachtskenmerken zich ontwikkelen op een manier die past binnen wat wij cultureel als typisch mannelijk of typisch vrouwelijk zien.
       
  • Etnisch-culturele minderheid
    • Dit staat voor minderheden (zie: Minderheid) die gevormd zijn op basis van etniciteit. Dit wil zeggen personen die verbonden zijn door bijvoorbeeld dezelfde taal, kleding, religie, cultuur of nationaliteit. Vroeger werd ‘ras’ gebruikt, maar dan heb je het enkel over uiterlijke kenmerken. Bovendien kan deze term de verkeerde indruk geven dat er biologisch gezien verschillende menselijke rassen bestaan. Dat is naar hedendaagse wetenschappelijke inzichten incorrect. Biologisch gezien is er maar een ras bij mensen: het menselijk ras. Etniciteit heeft een bredere culturele definitie dan simpelweg ‘ras’. De term etnisch-culturele minderheid wordt vaak gebruikt in het kader van migratie. Een voorbeeld van een etnisch-culturele minderheid is de Romabevolking.
letter F
  • Femme
    • Een term die ontstond in het begin van de twintigste eeuw om te verwijzen naar lesbische vrouwen met een eerder vrouwelijke uitstraling, of expressie die traditioneel geassocieerd wordt met vrouwelijkheid. De term werd gepopulariseerd in de Amerikaanse queer barcultuur van de jaren 50. De term heeft doorheen de jaren enkele lichte betekenisverschuivingen gezien, en vandaag kan de term gebruikt worden door elke LGBTIQ+-persoon met een expressie die traditioneel geassocieerd wordt met vrouwelijkheid.
    letter G
    • Gaydar
      • Men zegt wel eens dat LGBTIQ+-personen een extra zintuig (=gaydar) hebben om elkaar te herkennen. Dat kan gebaseerd zijn op kleine, subtiele vormen van herkenning die al dan niet gebaseerd zijn op stereotiepe opvattingen van hoe een LGBT+-persoon eruit zou moeten zien.
      • Hoewel het uiterlijk van een persoon niet bepaalt welke seksuele oriëntatie die heeft, kunnen LGB-personen wel aan elkaar laten blijken dat ze deel zijn van de LGBTIQ+-gemeenschap. Dit noemt men signaling.
         
    • Gay
      • Het woord gay is ontstaan vanuit het Engels voor ‘vrolijk’. De betekenis schoof op naar homoseksueel, en tegenwoordig wordt het woord ook door andere LBQ-personen gebruikt.
         
    • Geïnternaliseerde holebi-, trans- en interseksefobie
      • Als LGBTIQ+-persoon groei je op in een samenleving waarin nog veel negatieve gevoelens, impliciete en expliciete vooroordelen en stereotypen bestaan over LGBTIQ+-personen. Je kan die vooroordelen ‘internaliseren’ en dus onvrijwillig, onbewust op jezelf toepassen. Dit kan resulteren in een laag zelfbeeld, schaamte en soms zelfhaat. Vanuit een innerlijk conflict gaan mensen bijvoorbeeld hun oriëntatie ontkennen, of zich uitgesproken holebifoob gedragen om niet ‘ontdekt’ te worden.
         
    • Gender
      • Gender is een sociale constructie die de positie van personen binnen de samenleving mee bepaalt. In het Westen is er traditioneel een binaire opdeling van gender, de klassieke tweedeling man en vrouw. Hieraan worden bepaalde verwachtingen en rollen gekoppeld. Tegenwoordig wordt deze binaire gendernorm ook in de Westerse wereld meer in vraag gesteld (zie: Gendernorm) en gender gezien als een spectrum.
      • In andere delen van de wereld zijn er samenlevingsmodellen met meer dan twee genders. Zo heb je in India bijvoorbeeld een derde gender, de Hijra. Gender is een ongeschreven sociaal normerend systeem maar kan ook terugkomen in rechtssystemen. Deze sociale afspraken zijn tijds- en plaatsspecifiek. Ze kunnen met andere woorden veranderen doorheen de tijd en verschillen van plaats tot plaats.
         
    • Genderdysforie
      • Dit is het gevoel van spanning dat iemand kan hebben tussen hun genderidentiteit (zie: Genderidentiteit) en hun lichaam, het gevoel dat hun lichaam niet overeenkomt met hun innerlijke genderidentiteit. Dit gevoel van incongruentie kan ervaren worden als zeer onaangenaam. Genderdysforie komt voornamelijk voor bij trans personen. Om gevoelens van dysforie te verminderen worden in bepaalde gevallen psychologische en medische begeleiding ingezet. Het doel is om ervoor zorgen dat iemand minder of geen last meer heeft van genderdysforie. Of iemand wel of niet kiest voor medische begeleiding verandert niets aan hun genderidentiteit. Je kan ook transgender zijn zonder dysforie te hebben.
      • Sociale genderdysforie: deze term beschrijft hoe een persoon zich losgekoppeld kan voelen van hun genderidentiteit in sociale situaties. Hier gaat het dus niet over een incongruentie vanwege hun lichaam op zich, maar wel door de interactie met anderen. Zo kan gezien worden als een bepaalde genderidentiteit, terwijl die persoon zich identificeert met een andere genderidentiteit zeer pijnlijk zijn. Een ander voorbeeld is wanneer iemand aangewezen wordt met de verkeerde voornaamwoorden, of aangesproken met een vorige naam (zie: Deadnaming).
      • De tegenhanger van genderdysforie is gendereuforie (zie: Gendereuforie).
         
    • Gendereuforie
      • Gendereuforie is de tegenhanger van genderdysforie (zie: Genderdysforie). Beide komen voornamelijk bij trans personen.
      • Gendereuforie is het fijne gevoel, het comfort of de vreugde die iemand voelt wanneer die erkent wordt in hun genderidentiteit. Dat kan bijvoorbeeld wanneer een trans persoon zich presenteert als, gezien wordt als, of voorstelt als hun eigenlijke genderidentiteit (in plaats van de foutieve genderidentiteit die hen werd toegewezen op basis van hun geslachtsdelen bij de geboorte).
      • Sommige trans personen ervaren geen genderdysforie wanneer ze verkeerd aangesproken worden, maar voelen wel gendereuforie wanneer ze door anderen gezien worden zoals ze zichzelf zien.
         
    • Genderexpressie
      • Waar genderidentiteit gaat over een innerlijk gevoel, gaat genderexpressie over de manier waarop iemand zich uit naar de buitenwereld. Dit kan in de vorm van kleding en make-up, maar ook door een bepaalde lichaamshouding, spraak of manier van bewegen. Volgens de huidige gendernormen (zie: Gendernorm) horen vrouwen zich op een specifieke manier te uiten, en mannen op een andere. De verwachting die deze norm creëert komt niet overeen met de werkelijkheid. In de realiteit valt iemands genderidentiteit niet strikt te koppelen aan een bepaalde genderexpressie. Zo kunnen cisgender of trans mannen, non-binaire personen, genderfluïde personen, … (=genderidentiteit) er net als sommige cisgender vrouwen voor kiezen om een jurk te dragen (=genderexpressie). Iemands genderidentiteit hoeft niet overeen te komen met de genderexpressie die door de gendernorm daarbij verwacht wordt.
         
    • Genderfluïde
      • Als je genderidentiteit verandert doorheen de tijd, dan kan je jezelf genderfluïde noemen. Genderfluïde personen voelen hun genderidentiteit ‘vloeien’ tussen verschillende genderidentiteiten op het genderspectrum (zie: Genderspectrum). Die fluctuaties kunnen gaan tussen binaire en/of non-binaire genderidentiteiten. Mensen kunnen zich dus niet enkel de ene keer meer man en de andere keer meer vrouw voelen. Het kan ook dat iemand zich het ene moment agender (zie: Agender) voelt, een andere keer vrouw, en nog een volgende keer non-binair (zie: Non-binair).
         
    • Genderidentiteit
      • Genderidentiteit is het innerlijke gendergevoel dat mensen ervaren. Tegenwoordig wordt genderidentiteit bekeken als een spectrum (zie: Genderspectrum) waarop veel verschillende binaire en non-binaire genderidentiteiten te vinden zijn. Er bestaan dus niet enkel mannelijke en vrouwelijke genderidentiteiten, maar ook variaties van beide of van geen van beide. Voorbeelden zijn: bigender, man, genderfluïde (zie: Genderfluïde), non-binair (zie: Non-binair), vrouw, … Iemands genderidentiteit hoeft niet vast te liggen, en kan veranderen doorheen de tijd. Sommige mensen ervaren geen genderidentiteit, dit noemen we agender (zie: Agender).
      • De cisgendernorm (zie: Cisnormatief) creëert de valse verwachting dat iedereens genderidentiteit overeenkomt met de genderidentiteit die hen werd toegewezen bij de geboorte (op basis van het hun geslachtsdelen). Dit klopt niet bij iedereen. Bij trans en non-binaire personen wordt op dat moment meestal de verkeerde veronderstelling gemaakt. Ook bij intersekse personen kan die toegewezen genderidentiteit blijken niet te kloppen.
      • De cisgendernorm (zie: Cisnormatief) gaat uit van maar twee genderidentiteiten en een strikte tweedeling daartussen: mannen enerzijds en vrouwen anderzijds. Deze norm komt niet overeen met de grote variatie aan genderidentiteiten op het genderspectrum, en de manier waarop veel personen zichzelf benoemen.
         
    • Gendernorm
      • Gendernormen zijn de sociale afspraken en verwachtingen die een samenleving verbindt aan een geslacht of genderidentiteit. De huidige westerse gendernormen zijn binair. Ze gaan uit van een tweedeling tussen mannen en vrouwen, en zeggen dat die twee groepen zich op twee verschillende en duidelijk omlijnde manieren moeten gedragen. Zo wordt er van mannen in België verwacht dat ze geen jurk dragen, en wordt er van vrouwen niet verwacht dat ze een auto kunnen repareren. Wanneer iemand niet in het gendernormatieve plaatje past en zich dus niet gedraagt naar of voelt zoals de gendernormen voorschrijven, dan kan dat voor conflict zorgen, zowel innerlijk als onbegrip van de buitenwereld.
         
    • Genderqueer
      • Als je je niet thuisvoelt binnen de binaire genderidentiteiten en genderrollen (mannelijk en vrouwelijk), en je jezelf niet ziet passen in een vast genderhokje, dan kan je kiezen je te identificeren als genderqueer. Genderqueer mensen zien hun genderidentiteit als iets dat niet vast hoeft te staan, iets dat kan en mag veranderen.
         
    • Genderspectrum
      • Het genderspectrum is een manier om gender te omschrijven zonder te vertrekken vanuit een binaire kijk op genderidentiteit, -rollen, en -expressie. Het genderspectrummodel stelt gender voor als een continuüm dat mannelijk en vrouwelijk omvat, maar omschrijft ze niet als strikt omlijnd of als tegenpolen. De voorstelling van gender als een spectrum maakt het mogelijk om naast mannen en vrouwen ook andere genderidentiteiten op te nemen. Het genderspectrum erkent intersekse personen, niet-binaire genderidentiteiten en niet-binaire genderexpressies.
         
    • Gendervariant kind
      • Kinderen die experimenteren op vlak van genderexpressie, gedrag stellen dat afwijkt van de gendernormen, of aangeven een andere genderidentiteit te hebben dan deze die veronderstelt werd op basis van hun geslachtsdelen, worden gendervariant genoemd. Een gendervariant kind kan trans zijn of later blijken. Toch wordt de term transgender minder gebruikt om naar kinderen te verwijzen die gendervariante gevoelens ondervinden. Dat is omdat gender een spectrum is (zie: Genderspectrum) en jonge kinderen daarop vaak nog hun eigen weg zoeken. Vaak identificeren kinderen zich ook nog niet bewust met een bepaalde genderidentiteit. Die kinderen wil men zelf laten ontdekken waar ze zich goed bij voelen, en dus wordt vermeden om ze vanaf een jonge leeftijd in een vast ‘hokje’ te plaatsen. Termen als genderkind of gendervariant kind vormen in dit geval een alternatief voor transgender.
         
    • Geslacht
      • Geslacht of sekse wordt bepaald op basis van lichamelijke kenmerken. Het westerse binaire model gaat uit van twee geslachten: man en vrouw, met welomlijnde en van elkaar verschillende geslachtskenmerken (zie: Geslachtskenmerken). Die twee groepen maken deel uit van het brede geslachtskenmerkenspectrum, maar er bestaat veel meer lichaamsvariatie. Mensen met geslachtskenmerken (zie: Geslachtskenmerken) die niet binnen de klassieke tweedeling M/V vallen hebben een intersekse lichaam (zie: Intersekse). In de medische wereld worden hun onderling erg verschillende lichaamsvariaties verzameld onder de medische term DSD (zie: DSD).
         
    • Geslachtskenmerken / Seksekenmerken
      • Geslachtskenmerken zijn kenmerken die samenhangen met het biologisch geslacht. Concreet gaat het om verschillende categorieën van kenmerken: chromosomen, inwendige geslachtsklieren, hormonen, inwendige en uitwendige geslachtsorganen en de verdere ontwikkeling tijdens de puberteit.
      • Het westerse binaire model gaat uit van twee geslachten: man en vrouw, met welomlijnde en van elkaar verschillende geslachtskenmerken. Deze twee groepen maken deel uit van het brede geslachtskenmerkenspectrum, maar er bestaat veel meer lichaamsvariatie.
      • Mensen met geslachtskenmerken die niet binnen de klassieke tweedeling M/V vallen, hebben een intersekse lichaam (zie: Intersekse). In de medische wereld worden hun onderling erg verschillende lichaamsvariaties verzameld onder de medische term DSD (zie: DSD).
         
    • Geslachtsoperatie
      • Een geslachtsoperatie of genderbevestigende ingreep heeft als doel het ongemak dat iemand voelt tegenover het eigen lichaam (zie: Genderdysforie) te verzachten of zelfs weg te nemen. In dat geval brengt een genderbevestigende ingreep iemands lichaam meer in overeenstemming met hun persoonlijke genderidentiteit en hun gewenste expressie daarvan.
      • Er bestaan verschillende soorten genderbevestigende ingrepen. Zo kan men bijvoorbeeld hormonen nemen, de adamsappel laten weghalen of borstweefsel laten verwijderen, penis laten reconstrueren (=falloplastie), … Elke trans persoon kan voor zichzelf kiezen of die een ingreep wil, en welke ingreep die wil.
      • Of iemand wel of niet kiest voor genderbevestigende ingrepen zegt niets over hun trans zijn. Niet iedere trans persoon ervaart genderdysforie, heeft de financiële mogelijkheden om een genderbevestigende ingreep te laten uitvoeren, of is ervan overtuigd dat de resultaten van de huidige medische mogelijkheden goed genoeg zijn om de bijhorende medische risico’s te accepteren. Je kan dus trans zijn met of zonder genderbevestigende ingrepen.
         
    • Geweld
      • Het woordenboek zegt dat elke grensoverschrijdende handeling die een persoon kan aantasten geweld is. Er zijn vier soorten: fysiek, verbaal, materieel en seksueel geweld. Ook als de persoon zegt dat die het niet als geweld bedoelde, maar je dat wel zo ervaarde, heb je geweld meegemaakt.
      • Daden van geweld zijn pas strafbaar als ze volgens de wet een 'misdrijf' zijn. Als het geweld ontstaat vanuit vooroordelen over een bepaalde minderheidsgroep (etniciteit, seksuele oriëntatie, religie, ...) kan het berecht worden als haatmisdrijf.
         
    • Grey Asexual (zie: Aseksualiteit)
       
    • Gynefilie
      • Een term die te maken heeft met romantische en/of seksuele aantrekking. Als je gynefiel/gyneseksueel bent dan val je op vrouwen of vrouwelijkheid. Omdat de term gebruikt kan worden door iemand van eender welke genderidentiteit wordt de term soms gezien als een alternatief voor de tweesplitsing hetero- en homoseksualiteit. Mannen, vrouwen, non-binaire personen, ... kunnen allemaal gynefiel/gyneseksueel zijn.
      • Met deze term kan je je aantrekking tot persoonskenmerken omschrijven zonder er dus automatisch je eigen genderidentiteit of sekse bij te betrekken. Ook de genderidentiteit of sekse van de persoon waarop je valt, hoeft hierbij niet betrokken te worden. Bijvoorbeeld: je bent aangetrokken tot iemand die zeer vrouwelijk overkomt maar zich als man of non-binair identificeert.
      • De term maakte al heel wat betekenisverschuivingen mee. In sommige gevallen werd de term in verband gebracht met LGBTI-negativiteit (zie: Holebinegativiteit/ Transnegativiteit / Interseksenegativiteit) en cisnormatieve opvattingen (zie: Cisnormatief). Met betrekking tot trans en non-binaire personen kan de term gynefiel/gyneseksueel bijvoorbeeld problematisch zijn. Een gynefiel/gyneseksueel valt op ‘vrouwelijkheid’, maar wat is vrouwelijkheid? Op deze manier valt de term terug op cisnormatieve opvattingen.
      • Naast gynefilie is er ook de tegenhanger androfilie, aantrekking tot mannelijkheid (zie: Androfilie).
      letter H
      • Handicap / Beperking
        • Een persoon met een (functie)beperking of een persoon met een handicap ondervindt door deze beperking een impact op zaken zoals werk, verplaatsing en sociaal leven. Er bestaan verschillende soorten beperkingen. Visuele beperkingen hebben betrekking op de ogen, mensen zijn bijvoorbeeld blind of slechtziend. Cognitieve beperkingen hebben te maken met het zenuwstelsel, het brein en de ontwikkeling ervan. Een fysieke beperking heeft dan weer invloed op de mogelijkheid om te bewegen. De term handicap slaat ook op maatschappelijke belemmeringen zoals discriminatie en vooroordelen.
        • Sommige personen worden liever niet benoemt als iemand met een beperking of handicap. Dat kan zijn omdat ze zich niet gehinderd voelen in hun deelname aan de samenleving. Een andere reden is dat sommige personen het niet bekijken als een beperking hebben, maar wel beperkt worden. Zij leggen de reden voor hun zogenaamde beperking of handicap bij de vaak ontoegankelijk manier waarop een validistische samenleving (zie: Validisme) georganiseerd is. Anderen vinden het belangrijk om erkend te worden als persoon met een beperking of handicap, om zo begrip en voldoende ondersteuning te krijgen vanuit de samenleving.
           
      • Hermafrodiet
        • Term uit de biologie die tweeslachtigheid beschrijft, ofwel het vermogen van een organisme om zowel te bevruchten als te bevallen, dus om zichzelf voort te planten. De term heeft een zeer negatieve, stigmatiserende bijklank wanneer die gebruikt wordt om personen te benoemen. Bovendien is de term ook feitelijk incorrect wanneer daarmee intersekse personen aangeduid worden. Personen met een intersekse lichaam (zie: Intersekse) hebben wel een verschil in geslachtskenmerken ten opzichte van wat gezien wordt als standaard (zie: Endosekse), maar dat maakt niet dat ze zowel kinderen kunnen verwekken als baren. Deze term is niet meer te gebruiken om personen te omschrijven.
           
      • Hetero
        • Als je als man romantisch en/of seksueel aangetrokken bent tot vrouwen, of als je als vrouw romantisch en/of seksueel aangetrokken bent tot mannen, dan kan je jezelf hetero noemen. Maatschappelijk wordt heteroseksualiteit tegenwoordig nog vaak gezien als de norm (zie: Heteronorm).
           
      • Heteroflexibel
        • Een term die je kan gebruiken als je voornamelijk hetero(seksueel) bent maar soms ook romantische en/of seksuele contacten hebt met personen die dezelfde genderidentiteit hebben als jezelf.
           
      • Heteronorm
        • De heteronorm is de maatschappelijke veronderstelling dat iedereen heteroseksueel is en voldoet aan de bijhorende (ongeschreven) sociale regels en verwachtingen. De heteronorm is binair, en hanteert dus andere afspraken over hoe mannen zich moeten gedragen en hoe en vrouwen zich moeten gedragen.
        • Vanuit de heteronorm wordt er van mensen automatisch verwacht dat ze een man-vrouwrelatie zullen hebben, dat ze zullen trouwen en kinderen krijgen, dat ze traditionele genderrollenpatronen zullen aannemen. Wanneer iemand niet in het heteronormatieve plaatje past en zich dus niet gedraagt naar of voelt zoals de heteronorm voorschrijft, dan kan dat voor conflict zorgen, zowel innerlijk als onbegrip van buitenwereld.
           
      • Holebi
        • Een letterwoord dat staat voor homoseksueel, lesbisch en bi+. De term is ontstaan in België, en wordt gebruikt als verzamelnaam om in een keer naar de verschillende seksuele oriëntaties te verwijzen.
           
      • Holebifobie
        • Holebifobie gaat over gevoelens van afkeer en onbegrip tegenover holebi’s. Die negatieve gevoelens ontstaan uit hardnekkige vooroordelen over seksualiteit en gender. Ze kunnen leiden tot verschillende situaties, van gemene opmerkingen en discriminatie tot zelfs fysiek geweld tegenover personen die niet voldoen aan de heteronorm (zie: Heteronorm).
        • Spreek je over holebi’s als groep, dan gebruik je de term ‘holebifobie’. Gaat we het over een specifiek voorval, dan verwijs je naar de specifieke seksualiteit van de persoon waarover het gaat.
          • Vb. “Holebifobie is een wereldwijd probleem”.
          • Vb. “Gisteren werd een man het slachtoffer van homofoob geweld.”
          • Vb. “Toen mijn collega uit de kast kwam als bi+ kreeg die te maken met bifobe opmerkingen.”
             
      • Holebinegativiteit/ Transnegativiteit / Interseksenegativiteit
        • Holebi-, trans- of interseksenegativiteit is een impliciete vorm van holebi-, trans- of interseksefobie. Het gaat hier niet over fysiek geweld of wettelijke discriminatie, maar eerder over opmerkingen of uitspraken met een holebi-, trans- of interseksefoob kantje. Vaak denken mensen niet na over zulke opmerkingen of zijn ze zelfs goed bedoeld. Goede intenties nemen niet weg dat deze opmerkingen vaak schadelijk zijn voor het welzijn van holebi’s, trans en intersekse personen
          • Vb. “Je bent bi+? Dan kan je gewoon niet kiezen tussen homo of lesbisch.”
          • Vb. “Ik geloof niet dat trans personen bestaan.”
          • Vb. “Intersekse? Dat is een medische aandoening die moet worden gecorrigeerd.”
             
      • Homoflexibel
        • Een term die je kan gebruiken als je voornamelijk homo(seksueel) bent maar soms ook romantische en/of seksuele contacten hebt met personen die een andere genderidentiteit hebben als jezelf.
           
      • Homohuwelijk
        • Er bestaat niet zoiets als 'het homohuwelijk'. Het wettelijke huwelijk werd in 2003 opengesteld voor koppels van hetzelfde wettelijke geslacht. Een huwelijk is sindsdien niet enkel meer mogelijk voor man-vrouwkoppels. Voor alle koppels die huwen in België gelden huwelijksbepalingen. Een huwelijk tussen twee holebi’s is dus simpelweg een huwelijk.
           
      • Homoseksualiteit
        • Als je je seksueel en/of emotioneel aangetrokken voelt tot personen met dezelfde genderidentiteit, dan kan je jezelf homoseksueel noemen. De term wordt vooral gebruikt door mannen die op mannen vallen.
        • Homoseksualiteit als term wordt doorgaans gebruikt met betrekking tot zowel seksuele als romantische aantrekking. Er kan echter een onderscheid gemaakt worden tussen beide: homoseksueel en homoromantisch. Daarbij voelt een homoseksuele man seksuele aantrekking tot mannen. Een homoromantische man voelt romantische aantrekking tot mannen. Romantische en seksuele aantrekking kunnen samenvallen, maar dat is niet voor iedereen zo.
        letter I
        • IDAHOT
          • Op 17 mei 1990 schrapte de WHO, de wereldgezondheidsorganisatie, homoseksualiteit uit de lijst van geestesziekten. Sindsdien heeft de holebi-, trans- en interseksegemeenschap deze dag uitgeroepen tot de Internationale Dag Tegen Holebifobie, Transfobie en Interseksefobie.
             
        • Intersectionaliteit
          • Intersectionaliteit of kruispuntdenken gaat over hoe verschillende aspecten van iemands identiteit (afkomst, leeftijd, lichaam, genderidentiteit, …) elkaar beïnvloeden en de positie in de maatschappij bepalen. De kruispunten waarop je je bevindt hebben invloed op de kansen die je krijgt, het geweld waarmee je te maken kan krijgen, of de vooroordelen die er over je kunnen bestaan. Zo ga je als een witte hetero cisgender vrouw andere ervaringen, kansen en discriminaties meemaken dan een zwarte homoseksuele trans man.
             
        • Intersekse
          • De term beschrijft mensen van wie de geslachtskenmerken (zie: Geslachtskenmerken) niet binnen de klassieke tweedeling M/V vallen. Waar de term DSD een medische definitie geeft, benadert de term intersekse de bestaande variaties in geslachtskenmerken meer vanuit een maatschappelijke en sociale blik. De term legt de nadruk op het feit dat een intersekse variatie een natuurlijk voorkomend fenomeen is, en dat personen met een intersekse lichaam geen medische operaties nodig hebben 'ter correctie'. Intersekse variaties zijn simpelweg variaties waarbij het lichaam van een persoon niet volledig past binnen wat wij cultureel als typisch mannelijk of typisch vrouwelijk zien. Ze maken deel uit van het brede geslachtskenmerkenspectrum.
          letter J
          letter K
          letter
          • Lesbienne / Lesbisch
            • Als je als vrouw romantisch en/of seksueel aangetrokken bent tot andere vrouwen, dan kan je jezelf lesbienne noemen. Deze term kan ook gebruikt worden voor mensen van andere genderidentiteiten, bijvoorbeeld non-binaire mensen.
            letter M
            • Meemoeder
              • Wanneer een vrouwenkoppel een kind krijgt, is de meemoeder de partner die niet zwanger was en het kind niet baarde.
              • Voor meemoeders met Belgische nationaliteit geldt: Een meemoeder wordt bij de geboorte van haar kind automatisch de tweede juridische ouder als ze getrouwd is met de geboortemoeder (net zoals de vader bij een man-vrouwkoppel). Indien de meemoeder en geboortemoeder niet getrouwd zijn, kan de meemoeder haar kind erkennen bij de burgerlijke stand.
                 
            • Minderheid
              • Letterlijk gezien betekent het woord ‘minderheid’, een groep mensen die minder dan de helft van de samenleving uitmaakt. Vrouwen zijn daardoor geen minderheidsgroep maar ervaren wel een gelijkaardige positie als minderheden in de samenleving. Ze krijgen minder kansen en ervaren onderdrukking op de basis van de groep waartoe ze behoren. Voorbeelden van minderheidsgroepen zijn trans personen, personen met een beperking of etnisch-culturele minderheden.
              • Minderheidsstress: De specifieke stress die voortkomt uit het feit dat je deel uitmaakt van een minderheidsgroep. Weten dat je deel uitmaakt van een minderheidsgroep, merken dat je minder kansen krijgt, regelmatig te maken krijgen met discriminatie of onbegrip, … Die zaken leveren bijkomende stress op en kunnen negatieve gevolgen hebben op je dagelijks leven. Zo krijgen LGBTIQ+-personen vaak te maken met negatieve opmerkingen en discriminatie, en zijn ze vaker slachtoffers van fysiek geweld dan personen die niet LGBTIQ+ zijn. Dit kan gevolgen hebben voor hun (mentale) gezondheid.
                 
            • Monoseksualiteit
              • Als je steeds seksueel en/of romantisch valt op mensen die onderling dezelfde genderidentiteit hebben, dan kan je jezelf monoseksueel noemen. Bijvoorbeeld: Iemand die altijd op mannen valt, is monoseksueel. Iemand die steeds op non-binaire personen valt is ook monoseksueel. Hetzelfde geldt voor wie steeds op vrouwen valt. Een monoseksueel persoon kan zich daarnaast ook specifiek identificeren als hetero, homo of lesbisch.
              • Monoseksualiteit als term wordt doorgaans gebruikt met betrekking tot zowel seksuele als romantische aantrekking. Er kan echter een onderscheid gemaakt worden tussen beide: monoseksueel en monoromantisch. Daarbij voelt een monoseksueel iemand seksuele aantrekking tot mensen van één genderidentiteit. Een monoromantisch iemand voelt romantische aantrekking tot mensen van één genderidentiteit. Romantische en seksuele aantrekking kunnen samenvallen, maar dat is niet voor iedereen zo.
              • Monoseksualiteit is de tegenhanger van biseksualiteit (zie: Bi+).
              letter N
              • Non-binair
                • De term non-binair wordt gebruikt door mensen die zich niet herkennen in de binaire opdeling van gender, de klassiek westerse tweedeling in man en vrouw, en alle verwachtingen en rollen die de binaire gendernormen daaraan koppelen.
                • Non-binair is een parapluterm. Hieronder vind je nog verschillende manieren van genderbeleving. Bijvoorbeeld: demigender, genderfluïde (zie: Genderfluïde) of polygender (zie: Polygender).
                letter O
                • Oriëntatie
                  • Je seksuele en romantische oriëntaties gaan over wie je romantisch en/of seksueel aantrekkelijk vindt.
                  • Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen twee soorten aantrekking: seksuele (zie: Seksuele oriëntatie) en romantische (zie: Romantisch oriëntatie). Romantische en seksuele aantrekking kunnen samenvallen, maar dat is niet voor iedereen zo.
                  • Vroeger werd het woord seksuele geaardheid gebruikt. Tegenwoordig gebruiken we oriëntatie om aan te geven dat op wie je seksueel en/of romantisch valt niet altijd duidelijk afgebakend is en tot wie je je aangetrokken voelt kan variëren doorheen de tijd en in intensiteit (=seksuele en/of romantische fluïditeit) doorheen de tijd.
                  letter P
                  • Panseksueel (zie: Bi+)
                     
                  • Passabiliteit
                    • Een trans persoon ‘past’ (komt van het Engelse ‘to pass as’) als die ‘kan doorgaan als’ een cisgender persoon. Met andere woorden: als een trans vrouw niet herkent wordt als een trans persoon, maar door anderen ingeschat wordt als een cisgender vrouw dan ‘past’ ze of is ze ‘passabel’.
                    • Passabiliteit en zeker het woord passabel hebben een negatieve bijklank omdat het streven naar passabel zijn vaak geassocieerd wordt met transfobie, zowel externe als geïnternaliseerde (zie: Geïnternaliseerde holebi-, trans- en interseksefobie). Externe transfobie uit zich bijvoorbeeld wanneer trans personen die minder ‘opvallend trans’ zijn ofwel beter in de cisgendernorm passen, respectvoller behandeld worden. Geïnternaliseerde transfobie uit zich bijvoorbeeld in het willen verhullen van je trans zijn vanuit een schaamte- of een schuldgevoel over je trans zijn.
                    • Een persoonlijk streven naar passabiliteit kan een strategie zijn om jezelf als trans persoon te beschermen tegen transfoob geweld. Daarnaast is voor sommigen passabel zijn het doel van hun transitie, en gaat het hand in hand met de vermindering van hun genderdysforie. Dat is niet voor elke trans persoon zo.
                       
                  • Polyamorie
                    • Polyamorie wordt weleens vertaald als 'meervoudige liefde'. "Ik ben polyamoreus" is een manier om te zeggen dat je openstaat voor meer dan één intieme band tegelijkertijd, op een ethische manier en met toestemming van alle betrokken personen. Iemand die polyamoreus is, kan zich met andere woorden intiem verbonden voelen met meerdere partners. Die intimiteit kan romantisch, seksueel, of beide zijn.
                    • In een poly of polyamoreuze relatiestructuur kan je relaties aangaan met meer dan één persoon tegelijk, wordt er hierover gecommuniceerd en stemt elke betrokken persoon hiermee in.
                       
                  • Polygender
                    • Dit is een term om je genderidentiteit te omschrijven. Als je merkt dat je verschillende genderidentiteiten ervaart die tegelijk aanwezig zijn of fluctueren, dan kan je jezelf polygender noemen. Polygender valt meestal onder de non-binaire paraplu (zie: Non-binair).
                       
                  • Polyseksueel (zie: Bi+)
                     
                  • Pride
                    • Een Pride is een evenement waarbij LGBTIQ+-personen en hun medestanders zich zo massaal mogelijk zichtbaar maken en hun bestaan vieren. De verworven vrijheden rond gender, seksualiteit en lichaamsvariatie worden hierbij gevierd en/of er wordt geprotesteerd tegen de discriminatie, het onbegrip, en andere structurele obstakels waarmee de LGBTIQ+-gemeenschap af te rekenen krijgt. Een Pride wil aandacht vragen voor de huidige noden van de LGBTIQ+-gemeenschap en de eisen van de huidige LGBTIQ+-beweging in de kijker zetten.
                    • De traditie van Prides (oorspronkelijk 'Gay Pride' genoemd) is ontstaan vanuit de Stonewall-protesten van 1969 in de Verenigde Staten. Twee belangrijke figuren in deze geschiedenis zijn de activistes Marsha P. Johnson en Sylvia Rivera. Zij stonden samen met vele andere zwarte trans personen en sekswerkers aan de wieg van de latere 'gay liberation movement' (=homobevrijdingsbeweging) en de bijhorende Prides.
                       
                  • Privilege
                    • Privileges of voorrechten zijn bepaalde voordelen die je ervaart als je tot een bepaalde (meerderheids)groep behoort. Een bekend voorbeeld van privilege is het witte of blanke privilege, waarbij witte mensen meer kansen en voordelen ervaren binnen het bestaande systeem. Omdat ze deel uitmaken van de meerderheidsgroep werd en wordt er immers (onbewust) meer vertrokken vanuit hun perspectief. Hierdoor werd het bestaande systeem vooral gebouwd rond hun noden en komt het er ook het best aan tegemoet. De noden van minderheidsgroepen werden en worden dan weer veel minder meegenomen. Hierdoor worden deze groepen sneller uitgesloten of hebben ze geen toegang tot bepaalde kansen.
                    letter Q
                    • Queer
                      • Het woord queer heeft verschillende betekenissen.
                        • Het is een manier om je genderidentiteit en/of seksualiteit te benoemen. Het wordt vaak gebruikt door mensen die nog zoekende zijn naar waar ze zich precies bevinden binnen het LGBTIQ+-spectrum, als koepelterm of door mensen die een duidelijk statement tegen de cisgender- en heteronorm willen maken.
                        • Het is ook een politiek activistische stroming die vertrekt vanuit het verwerpen van de hetero- en cisgendernorm. Veel punkers identificeren zich bijvoorbeeld als queer.
                        • Het is ook een academisch onderzoeksveld.
                      letter R
                      • Romantische oriëntatie
                        • Romantische oriëntatie gaat over gevoelens van verliefdheid, van vlinders in je buik. Het gaat over tot welke personen je romantische aantrekking voelt.
                        • Romantische oriëntatie kan veranderen van doorheen de tijd en in intensiteit. Als dat gebeurt, spreken we van romantische fluïditeit.
                        • Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen twee soorten aantrekking: seksuele (zie: Seksuele oriëntatie) en romantische. Romantische en seksuele aantrekking kunnen samenvallen, maar dat is niet voor iedereen zo. Bijvoorbeeld: een man die verliefd kan worden op alle genderidentiteiten, maar enkel seksueel opgewonden wordt van andere mannen kan die zich biromantisch en homoseksueel noemen.
                        letter S
                        • Seksuele oriëntatie
                          • Seksuele oriëntatie gaat over seksuele aantrekking en opwinding. Tot welke personen voel je seksuele aantrekking? Van wie word je opgewonden, met wie wil je seks hebben?
                          • Seksuele oriëntatie kan veranderen van doorheen de tijd en in intensiteit. Als dat gebeurt, spreken we van seksuele fluïditeit.
                          • Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen twee soorten aantrekking: seksuele en romantische (zie: Romantische oriëntatie). Romantische en seksuele aantrekking kunnen samenvallen, maar dat is niet voor iedereen zo.
                             
                        • Seksekenmerken / Geslachtskenmerken
                          • Seksekenmerken zijn kenmerken die samenhangen met het biologisch geslacht. Concreet gaat het om verschillende categorieën van kenmerken: chromosomen, inwendige geslachtsklieren, hormonen, inwendige en uitwendige geslachtsorganen en de verdere ontwikkeling tijdens de puberteit.
                          • Het westerse binaire model gaat uit van twee geslachten: man en vrouw, met welomlijnde en van elkaar verschillende seksekenmerken. Deze twee groepen maken deel uit van het brede geslachtskenmerkenspectrum, maar er bestaat veel meer lichaamsvariatie.
                          • Mensen met seksekenmerken die niet binnen de klassieke tweedeling M/V vallen hebben een intersekse lichaam (zie: Intersekse). In de medische wereld worden hun onderling erg verschillende lichaamsvariaties verzameld onder de medische term DSD (zie: DSD).
                             
                        • Sekswerk
                          • Iemand doet aan sekswerk wanneer die tegen betaling seksuele handelingen uitvoert voor iemand anders. Sekswerk wordt ook wel prostitutie genoemd. Er bestaan verschillende soorten sekswerk. Soms biedt een sekswerker hun diensten aan vanuit een raam. Escortes zijn personen die hun diensten in een meer private setting leveren, zoals bij klanten thuis. Camming is virtueel sekswerk via een webcam.
                             
                        • Serofoob
                          • Een term die aangeeft dat je discriminatie en vooroordelen kan ervaren omdat je leeft met hiv of aids. Voorbeelden van serofobie zijn: geweigerd worden bij een sollicitatie enkel en alleen omdat je hiv+ bent, of een vermelding “No HIV” op een datingprofiel.
                             
                        • SOA / SOI
                          • Een soa is een letterwoord dat staat voor Seksueel Overdraagbare Aandoening/Infectie. Dit is een infectie die je kan overdragen en krijgen via seksueel contact.
                             
                        • SOGIESC
                          • Deze internationale term staat voor Sexual Orientation (=seksuele oriëntatie), Gender Identity and Expression (=genderidentiteit en -expressie), and Sex Characteristics (=geslachtskenmerken). SOGIESC kan een alternatief zijn voor LGBTIQ+, omdat het in een kort letterwoord op een meer effectieve manier kan verwijzen naar het brede spectrum, zonder steeds extra letters te moeten toevoegen.
                          letter T
                          • Trans
                            • Trans is een verkorte vorm van transgender (zie: Transgender). Bij personen gebruik je trans als een bijvoeglijk naamwoord om duidelijk te maken dat de persoon meer is dan transgender. Zeg dus ‘trans(gender) persoon’ en niet ‘een transgender’ of ‘een trans(gender)persoon’.
                            • Het is niet nodig om het bijvoeglijk naamwoord ‘trans’ in ieder individueel geval te gebruiken. Als het trans zijn van de persoon die je wil vermelden niet relevant is voor het nieuws dat je brengt, dan kan je hen simpelweg omschrijven als ‘persoon’, vrouw’ of ‘man’ (afhankelijk van de persoons specifieke genderidentiteit).
                            • Trans*: Naast trans en transgender werd ‘trans*’ ook een tijdje gebruikt. Er kwam echter kritiek vanuit een deel van de trans gemeenschap op deze term. ‘Trans*’ is lastig om uit te spreken, en het woord ‘trans’ was op zich al een wijdverspreide en veelgebruikte parapluterm.
                              • De asterisk (*) heeft een oorsprong in de computerwereld waar die wordt ingegeven na een zoekterm om aanvullingen op de term te tonen. Met trans* bedoelde men dus dat alle soorten identiteiten die afwijken van de cisgendernorm erbij horen (transgender, genderqueer, agender, etc.).
                              • Hoewel het doel was om meer inclusief te zijn, had de term voor sommigen een omgekeerd effect omdat het impliceerde dat niet-binaire trans personen niet welkom waren onder de al bestaande parapluterm ‘trans’. Tegenwoordig wordt trans gebruikt als een even brede en inclusieve term, waardoor ‘trans*’ eerder in ongebruik raakte.
                                 
                          • Transfobie
                            • De letterlijke vertaling van fobie is ‘angst’. Bij transfobie is maar zeer zelden sprake van échte angstgevoelens, maar vooral van afkeer, onbegrip en vooroordelen. Hierdoor ontstaat een negatieve houding tegenover trans personen, hun genderexpressie en genderidentiteit. Dit kan leiden tot discriminatie en zelfs fysiek geweld.
                               
                          • Transgender
                            • Een term die beschrijft dat het geslacht dat je toegewezen werd bij de geboorte niet overeenkomt met je genderidentiteit. Als je bij de geboorte bijvoorbeeld het vrouwelijk geslacht toegewezen werd, maar je voelt je geen vrouw, dan ben je transgender. Als dit wel overeenkomt dan ben je cisgender.
                            • Bij personen gebruik je transgender of trans (zie: Trans) als een bijvoeglijk naamwoord om duidelijk te maken dat de persoon meer is dan transgender. Zeg dus ‘trans(gender) persoon’ en niet ‘een transgender’ of ‘een trans(gender)persoon’.
                            • Het is niet nodig om het bijvoeglijk naamwoord ‘transgender’ in ieder individueel geval te gebruiken. Als het transgender zijn van de persoon die je wil vermelden niet relevant is voor het nieuws dat je brengt, dan kan je hen simpelweg omschrijven als ‘persoon’, vrouw’ of ‘man’ (afhankelijk van de persoons specifieke genderidentiteit).
                               
                          • Transitie
                            • Trans en non-binaire personen die bewust veranderingen maken in hun leven om als hun werkelijke genderidentiteit te kunnen leven, noemen dit veranderingsproces een transitie. De reden voor deze veranderingen is de wens zich te kunnen uitdrukken zoals ze zijn, en zich goed en zichzelf te kunnen voelen, zowel mentaal als fysiek.
                            • Je kan op heel veel verschillende manieren een transitie doormaken, en kiezen wat het beste bij je past. Niet elke trans of non-binaire persoon wil of kan 'in transitie gaan'. Wie dat wel wil, doet dat vaak op heel andere manieren.
                            • Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen sociale, medische en juridische transitie.
                              • Een sociale transitie kan gepaard gaat met een nieuwe roepnaam, experimenteren met kleding en haartooi, gebruik maken van hulpstukken zoals binders of ander corrigerend ondergoed ...
                              • Wie medisch in transitie gaat, kiest voor medische opties zoals logopedie, hormoontherapie, of operaties.
                              • Ook juridisch kan je een transitie doen. Dan laat je bijvoorbeeld de ‘M’ op je identiteitskaart aanpassen naar een ‘V’, of verander je officieel van voornaam.
                                 
                          • Trans man
                            • Een persoon die bij zijn geboorte wettelijk geregistreerd werd als vrouw op basis van zijn geslachtsdelen maar een mannelijke genderidentiteit heeft.
                               
                          • Transseksualiteit / Transseksueel
                            • Deze term werd vroeger gebruikt om trans personen aan te duiden die specifiek kozen voor geslachtsbevestigende operaties en behandelingen, en vaak een leven binnen de binaire gendernormen. Hoewel sommige mensen nog kiezen om zich zo te identificeren, wordt de term vooral gezien als verouderd taalgebruik.
                            • Tegenwoordig hangt er een negatieve weerklank aan de term vanwege de grote nadruk op het medische aspect. Door deze nadruk is de term bovendien niet inclusief voor heel wat trans personen.
                               
                          • Trans vrouw
                            • Een persoon die bij haar geboorte wettelijk geregistreerd werd als man op basis van haar geslachtsdelen, maar een vrouwelijke genderidentiteit heeft.
                               
                          • Travestie / Travestiet / Travesties (Ook: Crossdressing / Crossdresser)
                            • Mensen die aan travestie doen verplaatsen zich tijdelijk in een genderexpressie die niet overeenkomt met hun genderidentiteit. Dit kan door te spelen met bv. kledij, make-up en kapsel, maar ook via taalgebruik en lichaamshouding. Travestie wordt ook wel crossdressing genoemd. Iedereen kan aan travestie doen, ongeacht hun genderidentiteit.
                            • Travestie in de context van een show of optreden wordt ook wel drag genoemd. Onder drag zijn dragqueens het meest gekend, maar ook dragkings en female drag bestaan. Een dragqueen is doorgaans een man die optreedt met een vrouwelijke expressie, een dragking is doorgaans een vrouw die optreedt met een mannelijke expressie. Female drag is wanneer een vrouw als dragqueen optreedt.
                            letter U
                            letter V
                            • Validisme
                              • Validisme is het Nederlandstalige woord voor de Engelse term ‘ableism’.
                              • Een validistische samenleving beschouwt mensen met een beperking als afwijkend. Ze richt de sociale omgeving (openbaar vervoer, openbare gebouwen, uitgaansgelegenheden) zo in alsof iedereen dezelfde afmetingen en lichaamsbouw heeft en op eenzelfde wijze functioneert. Tegenover een validistische samenleving staat een inclusieve samenleving, waar niet wordt neergekeken op mensen met een functiebeperking, maar waar zij zichzelf kunnen en mogen zijn en waar drempels (letterlijke drempels, maar ook overdrachtelijke) zijn weggenomen, zodat mensen met een beperking ongehinderd kunnen participeren. (Bron: Wikipedia)
                            letter W
                            letter X
                            letter Y
                            letter Z
                            • Zelfmoord
                                • Wanneer een persoon zelf een einde maakt aan hun leven spreken we van zelfmoord. Uit het leven stappen kan verschillende oorzaken hebben. Het is belangrijk om te weten dat wat de oorzaak ook is, elke zelfdoding er één te veel is. Voor ondersteuning kan men terecht bij de zelfmoordlijn (zelfmoord1813.be of het telefoonnummer 1813). Bij Tele-Onthaal kunnen mensen ook een luisterend oor vinden. Lumi is er voor LGBTI+-personen, ook voor zij die worstelen met zelfdodingsgedachten.
                                • De term ‘zelfmoord’ wordt het meeste gebruikt in het alledaags taalgebruik. ‘Zelfdoding’ is een term die vaak verkozen wordt door mensen die zelf iemand verloren hebben. De term heeft een neutralere en minder veroordelende bijklank. Een andere term die vooral in wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt is ‘suïcide’.