Interview met donateur Dirk Burssens: “LGBTQI+ rechten zijn mensenrechten”
Dirk Burssens (hij/zijn) steunt çavaria al jarenlang met giften. Enkele jaren geleden besloot hij samen met zijn man om onze organisatie op te nemen als goed doel in hun testament.
Wij gingen langs voor een babbel over zijn verhaal en motivaties.
Vertel eens over jezelf.
“Waar zal ik beginnen? Ik ben een laatbloeier. Ik studeerde om onderwijzer te worden in het katholiek onderwijs en was gelovig. Beide zaken duwden me diep in de kast. Pas op mijn 24ste durfde ik eruit te komen.”
“In mijn tienerjaren had ik al posters hangen van David Cassidy – een heel mooie man. En als puber had ik ook al zitten experimenteren met jongens en meisjes. Maar dat hield ik allemaal voor mezelf.”
“In de jaren zeventig was de tijdsgeest niet heel open. De enige homo’s die ik kende als tiener, waren de kapper om de hoek en Will Ferdy. Maar dat was dan ook alleen omdat alle ouders slecht over hen spraken.”
“In mijn leven is er één zwarte bladzijde. Zoals ik al zei, was ik gelovig, en ook heel geëngageerd bezig met mijn geloof. En ik gaf dus les in het katholiek lager onderwijs. Maar na tien jaar werd ik daar plots ontslagen. Op staande voet. Omdat ik homo was. Dat zeiden ze natuurlijk niet. Ze beweerden dat mijn lesvoorbereidingen te beknopt waren.”
“Sinds die dag is het gedaan met mijn geloof. Allez, toch het geloof in de kerk, in instituten, in nonnen en priesters. Ik ben nog steeds gelovig, maar beleef dat nu op een persoonlijkere manier.”
“Na mijn ontslag was ik een jaartje werkloos. Ik ben daar niet goed van geweest. Ik heb ook spijt dat ik mezelf toen niet beter verdedigd heb tegenover mijn vroegere werkgever. Maar goed. Uiteindelijk vond ik mijn weg in de distributie als inkoper van wijnen en ingelegde groenten. En nu ben ik met pensioen.”
Hoe kwam je in contact met çavaria?
“Mijn man studeerde in Leuven, Gent en Antwerpen, en daar was een vrij actieve homobeweging. Het is gek: toen ik jong was en in een dorp woonde, dacht ik nog dat ik de enige homo was in de wereld. Plots was dat niet meer het geval. Die homobeweging was heel strijdvaardig en organiseerde allerlei acties. We waren er ook bij op de eerste Pride-mars in Gent, in 1973.”
“Mijn man en ik namen in de jaren tachtig een paar keer de trein naar Aalst om daar naar het Gespreks- en Ontmoetingscentrum (GOC) te gaan. Die centra waren eind jaren zeventig mee betrokken bij de oprichting van de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit (FWH), waaruit later çavaria gegroeid is. Maar we durfden nooit binnen te stappen. Toen we het uiteindelijk dan toch deden, werden we ongelooflijk warm ontvangen. We leerden allerlei mensen kennen en er werd van alles georganiseerd, zoals uitstappen en thé dansants. Dat was een heel hechte gemeenschap.”
Je steunt çavaria al een tijdje. En dan kwam de beslissing om ons op te nemen in jullie testament. Vanwaar die keuze?
“Voor de job van mijn man namen we vroeger vaak het vliegtuig naar het buitenland. En dan dachten we soms: stel nu dat ons vliegtuig neerstort en we allebei verongelukken? Dan zou er niets geregeld zijn. Uiteindelijk hebben we dan besloten om eindelijk eens werk te maken van een testament.”
“Waarom çavaria? Ik sta 100 procent achter jullie waarden. Voor mij is een legaat een mooie manier om de idealen waar ik altijd voor geleefd heb, verder te zetten. En ik ben jullie ook dankbaar. Dit klinkt misschien wat melodramatisch, maar bij het GOC zijn we altijd goed opgevangen.”
“Persoonlijk vind ik jullie lobbywerk het belangrijkst, omdat alles in de wereld uiteindelijk draait om politiek. We kunnen veel praten over zaken als het homohuwelijk en euthanasie, maar uiteindelijk is het de minister die beslist. Ook jullie vormingen en sensibilisering vind ik cruciaal.”
“We steunen nu verschillende goede doelen, maar voor ons was het altijd duidelijk dat we çavaria zouden opnemen in ons testament. Jullie organisatie heeft zoveel bereikt en is nog steeds de stem van onze community. Ja, als individuen kunnen we wel stemmen, maar we hebben ook een sterke drukkingsgroep nodig. Uiteindelijk gaat dit over de emancipatie van de mens. LGBTQI+ rechten zijn mensenrechten.”
Vond je dat een moeilijke beslissing?
“Het blijft een dubbel gevoel. Want, plat gezegd: je onterft je familie. Natuurlijk bedoelen we dat niet slecht. Ik heb goed contact met mijn familie, en mijn man met de zijne.”
“Wat ik ook spannend vond, is dat een testament echt bindend is. Je ondertekent een contract waarin je een belofte maakt over een som geld. Al kan je dat tijdens je leven natuurlijk nog altijd herzien.”
“Het is een onderwerp dat je maar blijft uitstellen. Omdat het niet leuk is om erover te praten, want dan lijkt het alsof je morgen doodgaat. Of je praat er wel over, maar voordat je de nodige stappen zet om het te organiseren, is er alweer een hele hap tijd voorbij.”
Wat zou je zeggen aan mensen die hetzelfde overwegen?
“Doen. Het geeft zoveel rust. En het voelt goed om zelf iets te beslissen. Want stel dat je omkomt in een auto-ongeluk, dan gaat er een hele machinerie draaien waar je geen controle over hebt. Nu is alles eindelijk geregeld.”
Ook als je er niet meer bent, kan je nog meer betekenen dan je denkt.
