Hoe kunnen LGBTQI+ personen veilig zijn als justitie het geweld niet (h)erkent? 

Twee personen die handen hoog in de lucht tussen hen vasthouden

David Polfliet werd vermoord nadat hij via Grindr, een gay datingapp, in de val werd gelokt. Toch werd homofobie als motief niet serieus onderzocht. Wij vragen ons af: hoe kunnen LGBTQI+ personen veilig zijn als justitie het geweld niet (h)erkent? 

Toen David Polfliet in 2021 vermoord werd, maakte dit heel wat los bij vele mensen die LGBTQI+ zijn. Niet alleen omdat het gruwelijk was, maar omdat het herkenbaar was. Omdat velen van ons de vraag kennen: ben ik hier veilig? Wat als ik een volgend doelwit ben?

Een herkenbare angst  

Onderzoek bevestigt wat velen al weten: bijna iedereen die LGBTQI+ is, heeft wel een vorm van geweld meegemaakt. Verbaal, fysiek, seksueel of materieel. De vraag ‘kan ik veilig over straat gaan zoals ik ben?’ is vaak een dagelijkse berekening.  

Kan ik handjes vasthouden zonder iets te riskeren? Wat zal er gebeuren in de kleedkamer van mijn sportclub? Kan ik een datingapp gebruiken zonder in gevaar te komen? Hoe zullen mensen reageren op mijn coming-out op het werk, in de familie of op school?  

David Polfliet ging een app op. Hij deed iets wat miljoenen mensen elke dag doen. En hij werd vermoord. Dat is waarom zijn dood zo hard aankwam.  

De vraag die justitie nooit stelde  

Het Openbaar Ministerie kwalificeerde de feiten als roofmoord. Een homofoob motief werd niet weerhouden. De fundamentele vraag hier luidt: is dat motief ooit serieus onderzocht? Is er grondig bekeken of er haat of misprijzen tegenover een seksuele oriëntatie in het spel was, een mogelijke verzwarende omstandigheid?  

Want wie een slachtoffer selecteert via een datingapp die zich richt naar “gay dating”, kiest niet willekeurig. Die kiest bewust voor een doelgroep die kwetsbaar is in haar zoektocht naar intimiteit.  

Çavaria kon zich in 2021 in deze zaak geen burgerlijke partij stellen en dus geen bijkomende onderzoeksdaden naar mogelijke haat of misprijzen vragen. Eén van de redenen trouwens waarom de wet enkele jaren geleden gewijzigd werd. Maar het zou niet van toeval of een burgerlijke partijstelling mogen afhangen of een discriminerend motief ernstig onderzocht wordt. 

In Brussel wel  

In Brussel werden vorig jaar twee jongeren veroordeeld voor een reeks overvallen via Grindr. De feiten waren nagenoeg identiek als in de zaak-Polfliet: vals profiel, afspraak in een park, zwaar geweld, zich presenterend als “pedojagers”. De Brusselse rechtbank kwalificeerde de feiten wél als homofoob gemotiveerd en verwees daarbij expliciet naar het feit dat de daders hun slachtoffers uitsluitend via Grindr uitkozen, een “app voor homoseksuele ontmoetingen”. Dat had gevolgen voor de strafmaat en voor de erkenning van de slachtoffers.   

Het verschil tussen die zaak en de zaak-Polfliet zit niet in de feiten. Het zit in het onderzoek. Waarom het motief in de meer recente Brusselse zaak wel is meegenomen, is onduidelijk. Mogelijk gaat het om voortschrijdend inzicht, nadat nogmaals mensen uit een bepaalde community als doelwit gekozen werden. Hopelijk zorgt de veroordeling ervoor dat we deze feiten in de toekomst niet meer terugzien.  

Wachten op erkenning  

Wanneer haat als motief benoemd wordt zoals in de Brusselse zaak, of minstens onderzocht, geeft dat iets aan de gemeenschap die geraakt wordt. Het zegt: wij zien wat er is gebeurd. Wij nemen het serieus.  

We vragen niet om een veroordeling op basis van iets wat niet bewezen is. We vragen dat het onderzocht wordt, echt, grondig, met de instrumenten die er zijn. De wet voorziet in de mogelijkheid om discriminerende motieven als verzwarende omstandigheid te beschouwen. Maar dan moet iemand de vraag stellen.  

Geen nieuw actieplan of rondetafel, maar actie  

Het is tijd om geweld tegen LGBTQI+ personen echt serieus te nemen. Ten eerste op het vlak van preventie. Recent onderzoek van het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) toonde aan dat het aandeel jongeren dat “geweld tegen homo's” aanvaardbaar vindt, verdubbeld is — naar 1 op 5. Çavaria vraagt al jaren om seksuele en genderdiversiteit verplicht en structureel aan bod te laten komen in het onderwijs. Niet als gunst van de geëngageerde leerkracht, maar als norm. Preventie betekent ook vroeg ingrijpen bij daders: zorgen dat er geen volgend, erger incident komt.   

Ten tweede: een betere opvolging door politie en justitie. Er zijn de voorbije jaren stappen gezet. Maar we krijgen nog steeds meldingen van mensen die niet correct worden opgevangen op het politiekantoor. En bovenal: als er geweld is gepleegd met een mogelijk discriminerend motief, moet dat onderzocht worden. Het moet een systematische verplichting zijn zodra er aanwijzingen zijn, zoals het gebruik van specifieke datingapps. Niet enkel in Brussel of Wallonië. In heel België.  

Veiligheid is een recht  

Mensen willen veilig zijn. Dat is geen buitensporige eis. Dat is het minimum dat een samenleving haar burgers verschuldigd is. LGBTQI+ mensen verwachten van de samenleving, van politie, justitie, onderwijs, beleid, en ja, van iedereen, dat ze meewerken aan die veiligheid.  

David Polfliet is er niet meer. Niets verandert dat. Maar wat er nu mee gedaan wordt, hoe zijn dood begrepen, benoemd en opgevolgd wordt, kan wél nog verschil maken.  

Meer informatie over de rechtszaak en de betrokkenheid van çavaria:

Persoon met regenboogvlag in handen

De rechtszaak over de moord op David Polfliet startte op vrijdag 27 maart 2026. Çavaria volgt dit nauw op.