Het gelijkekansenbeleid in Vlaanderen is nog nieuw. In 1995 besloot gelijkekansenminister Anne Van Asbroeck dat haar gelijkekansenbeleid zich niet langer uitsluitend tot vrouwen en mannen zou richten, maar ook tot andere achtergestelde groepen. Haar opvolgster Brigitte Grouwels handhaafde deze keuze. Toen Mieke Vogels in 1999 aantrad als gelijkekansenminister verruimde zij de doelgroepen van het beleid met ouderen en kinderen. Het huidige Vlaamse gelijkekansenbeleid richt zich dus tot vrouwen/mannen, allochtonen, mensen met een handicap, holebi’s, ouderen en kinderen. Huidig minister Kathleen Van Brempt voert een beleid met eigen klemtonen.
Gelijke Kansen werkt zowel horizontaal als verticaal. De verticale werking houdt in dat zij de organisaties die werken voor en met één van de doelgroepen financieel ondersteunt, zodat er een sterk middenveld van gelijkekansenorganisaties ontstaat. Çavaria heeft de opdracht gekregen deze functie te vervullen voor de doelgroep holebi’s.
De horizontale werking houdt in dat Gelijke Kansen in Vlaanderen de verschillende Vlaamse beleidsdomeinen stimuleert in het voeren van een gelijkekansenbeleid. Rond de doelgroep holebi’s werden hiertoe in verleden reeds samenwerkingen opgezet met Welzijn en Onderwijs. Verder merken we ook dat in de beleidsdomeinen Jeugd en Cultuur initiatieven worden genomen voor holebi’s. Çavaria stelde, in opdracht van Gelijke Kansen, 'Bouwstenen voor een globaal gelijkekansenbeleid voor holebi’s in Vlaanderen' (pdf) op.
Ook op provinciaal en gemeentelijk niveau wordt een gelijkekansenbeleid gevoerd. Steeds meer steden, gemeenten en provincies nemen holebi’s op in hun gelijkekansenbeleid.
Çavaria verzamelde 'Tips voor een holebivriendelijk beleid in uw gemeente' (pfd), bedoeld als inspiratie voor lokale mandatarissen.