Onderzoek

Waarom onderzoek?
Om een efficiënt beleid te voeren, is wetenschappelijk onderzoek belangrijk. Dat geldt zowel voor de overheid als voor middenveldsorganisaties zoals çavaria. Onderzoek garandeert inzicht in knelpunten en legt hun oorzakelijke verbanden bloot, wat cruciaal is om de juiste beleidskeuzes te maken. Bovendien zijn deze onderzoeksresultaten ideaal om ministers te overtuigen om bepaalde problemen snel aan te pakken.
Het Vlaamse Steunpunt Gelijkekansenbeleid voert wetenschappelijk onderzoek over de gelijkekansenthema’s binnen een vooraf vastgelegde langetermijnplanning. Dit Steunpunt beschikt over een specifieke onderzoekslijn over holebi's en transgenders. In het 'expertennetwerk' zitten onderzoekers, overheid en middenveldsorganisaties zoals çavaria samen aan tafel om lopende onderzoeken op te volgen en nieuwe voorstellen te bespreken. Maar ook andere onderzoeksinstanties en universiteiten kunnen inschrijven op ad-hoconderzoeken die door de Vlaamse overheid worden uitgeschreven.

Een overzicht van de publicaties van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid vind je hier.
 

Interessant recent onderzoek
Van 2002 tot 2006 werd het Zzzip-onderzoek gevoerd. Het was de eerste grootschalige bevraging naar de leef- en werksituatie en seksualiteitsbeleving van holebi's in Vlaanderen. Uit onderzoek bleek dat een derde van de ondervraagden in de kast blijft op het werk, dat vooral jonge lesbiennes veel risico lopen op depressies en dat oudere holebi's een groep zijn die specifieke aandacht verdient. De overheid en het middenveld grepen deze resultaten aan om prioriteiten te leggen in hun beleid. Dit onderzoek kreeg een vervolg in 2010- 2011.

Het Steunpunt Gelijkekansenbeleid voerde in samenwerking met de Universiteit Gent een onderzoek uit naar de schoolloopbaan van holebi- en heterojongeren. Meer dan 4000 (holebi én hetero) leerlingen werden bevraagd (2008). Dit onderzoek naar de schoolloopbaan van jongeren bracht onder meer aan het licht dat lesbische en biseksuele meisjes het meest kwetsbaar zijn. Deze meisjes behalen in vergelijking met heterojongens en heteromeisjes gemiddeld het hoogste aantal B- en C-attesten op school. Verschillen in geslacht met betrekking tot presteren op school zijn anders voor holebi- en heterojongeren: terwijl onder heterojongeren vooral de jongens minder goed presteren dan de meisjes is het bij holebi-jongeren net andersom. Homo- en biseksuele jongens presteren net beter dan lesbische en biseksuele meisjes.

Het Steunpunt Gelijkekansenbeleid voerde ook een onderzoek naar het discours van jongeren over homoseksualiteit (2009). Eén van de vaststellingen tijdens de focusgroepgesprekken was dat heterojongeren eerder traditioneel over mannelijkheid en vrouwelijkheid denken. Voor heterojongens is "de stoere macho" de ideale zelfrepresentatie. Heteromeisjes willen gelijkheid met betrekking tot huishoudelijk werk en wijzen dominante mannelijkheid af. Hun beeld van de ideale partner is echter nog altijd dat van de stoere beschermer. Holebi-jongeren benadrukken de positieve aspecten van het doorbreken van rolpatronen. Volgens hen worden vrouwen dan minder beperkt in wat ze al dan niet mogen doen, zijn partnerrelaties dan authentieker en is het doorbreken van rolpatronen binnen de opvoeding een goede zaak voor kinderen.

In 2010 rondde het Steunpunt Gelijkekansenbeleid het onderzoek "Zichtbaarheids- en discriminatiemanagement bij holebi-jongeren" af. In deze studie werd onderzocht hoe jongeren omgaan met problemen en conflicten die te maken hebben met hun seksuele identiteit. Ook uit dit onderzoek bleek het verband tussen heteronormativiteit, traditionele gendernormen en homonegativiteit. De mate waarin de omgeving van de jongere holebivriendelijk is, bepaalt welke zichtbaarheidsstrategie de jongere gebruikt. Holebi-jongeren die veel steun ervaren vanuit hun omgeving, ervaren een succesvollere coping. Deze jongeren hebben vaak minder de behoefte om zich af te zetten tegen de heteronorm. Dat zorgt ervoor dat ze zich conformistischer gedragen wat betreft gendernormen en heteronormativiteit. Dit kan ertoe leiden dat zij de normen uitdragen die aan de basis liggen van homonegativiteit.

Professor Mark Hooghe van de Katholieke Universiteit Leuven ondervroeg 6330 leerlingen uit 112 verschillende scholen (2007). Hij wilde achterhalen hoe Belgische jongeren over holebi's denken. De analyse toont aan dat vooroordelen tegenover holebi’s nog ruim verspreid zijn in België, ook al is er op juridisch vlak veel veranderd. Een behoorlijk deel van de Belgische jongeren staat eerder afstandelijk, of zelfs vijandig, ten opzichte van holebi’s. Uit dit onderzoek blijkt dat de negatieve houding tegenover holebi's specifiek geconcentreerd is bij enkele groepen. Jongens hebben een veel minder tolerante houding dan meisjes, wat allicht verklaard kan worden vanuit de specifieke psycho-seksuele identiteitsontwikkeling in deze leeftijdsfase. Verder blijkt dat religieuze betrokkenheid een negatieve impact heeft op tolerante houdingen ten aanzien van holebirechten.

Het Welebi-onderzoek (Welzijn van lesbische en Bi-meisjes) van de Vrije Universiteit Brussel (2009) wilde achterhalen welke factoren een rol spelen in het verminderd welzijn van lesbische en biseksuele meisjes. Zo'n 400 meisjes tussen 18 en 23 jaar vulden een online survey in. Daarna volgden een twintigtal diepte-interviews. Opvallend is het resultaat dat lesbische en bi-meisjes meer aan suïcide denken dan hun leeftijdsgenoten die hetero zijn. Hoe jonger een meisje beseft dat ze lesbisch of biseksueel is, hoe kwetsbaarder. Bi-meisjes hebben het moeilijker dan lesbische meisjes. Ze voelen zich minder verbonden met holebi's en hebben meer suïcidegedachten dan jonge lesbiennes. Ook de genderidentiteit speelt een grote rol. Meisjes die zich mannelijker voelen, hebben het emotioneel zwaarder. Zij voelen zich vaker depressief en voelen zich noch met hetero's, noch met holebi's verbonden. Ze ondervinden ook minder steun van familie.

Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen liet in 2009 een uitgebreid onderzoek uitvoeren naar de sociale en juridische positie van transgenders in België. Het pionierswerk 'Leven als transgender in België' van onderzoeker Joz Motmans kan je hier inkijken.

Opzoeken
Holebiseksualiteit en transgender zijn ook belangrijke thema's in de collectie van documentatiecentrum RoSa. De archieven van het Fonds Suzan Daniel kan je raadplegen na afspraak. In Nederland zijn er de collecties van IHLIA, het Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief en van het Aletta, het instituut voor vrouwengeschiedenis.