Opinie: 'Geen woorden maar daden'

Naar aanleiding van het artikel 'Meer homo's zoeken asiel' (DS 20 januari 2011) wil çavaria de rol van België op het internationale toneel benadrukken. België moet druk uitoefenen op internationale fora om de oorzaken van vlucht omwille van seksuele geaardheid, aan te pakken.

Het internationale debat over de criminalisering van homoseksualiteit wordt steeds scherper. Steeds meer landen schilderen homoseksualiteit af als een typisch westers verschijnsel en dreigen daarom de doodstraf in te voeren voor homoseksuelen (zoals in Oeganda) of ontkennen dat het verschijnsel bij hen bestaat (zoals in Irak). In die landen zijn het dan ook holebi’s die het slachtoffer worden van de internationale politiek en die moeten vluchten om te overleven. De poging die onlangs binnen de VN werd gedaan om homoseksualiteit te schrappen als beschermingsgrond tegen buitenrechtelijke en willekeurige executies, werd gesteund door maar liefst 79 landen. Dat is tekenend.

Onze minister van Buitenlandse zaken kan hier een belangrijke rol spelen om dit thema op de internationale agenda te zetten, niet alleen in woorden, maar vooral in daden. Zo moet de overheid actief mensenrechtenverdedigers ondersteunen die met dit thema bezig zijn, meer belang hechten aan de rechten van holebi’s en transgenders in het domein van de ontwikkelingssamenwerking, partnerlanden sanctioneren die selectief met mensenrechten omgaan en (internationale) holebi- en transgenderverenigingen financieel ondersteunen.

In het artikel  geeft de auteur aan dat het aantal asielaanvragen met 'gendergebonden vervolgingsmotieven' (bijvoorbeeld seksuele geaardheid) stijgt. In 2006 gebeurden 116 van zulke aanvragen. In 2009 waren dit er 362.

De auteur maakt gewag van een 'nieuwe trend in asielland'  Hij insinueert dat het motief 'seksuele geaardheid' goed in de markt ligt. Hij verwijst naar het hoge erkenningspercentage. In 2009 erkende het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen 34 procent van de aanvragen op basis van geaardheid. Het globale erkenningspercentage -de algemene cijfers dus, van alle aanvragen op alle mogelijke gronden samen -schommelt tussen de 20 en de 25 procent.

Dat seksuele geaardheid een gegeerde grond is om asiel aan te vragen, zegt niets over het 'misbruik' ervan. Seksuele geaardheid is een onzichtbaar kenmerk. Aantonen dat je homoseksueel bent, is niet eenvoudig. Bewijzen spelen een rol in de goedkeuring van de aanvraag, maar net omdat homoseksualiteit zo moeilijk te bewijzen valt, is de geloofwaardigheid van het relaas  zo belangrijk. Die geloofwaardigheid moet dossier per dossier overwogen worden, en hier spelen de attitude, kennis en vooronderstellingen van de interviewer een grote rol.

De holebi- en transgenderbeweging kent dit probleem, en werkt eraan. WISH en anderen hebben een gedegen kennis opgebouwd over het thema en treden soms als vertrouwenspersoon op tijdens gesprekken met het Commissariaat. Ook çavaria biedt met haar ASSIST-project ondersteuning aan al wie actief is in het vluchtelingenwerk. De bedoeling is om de sector vertrouwd te maken met het thema en de specifieke gevoeligheden. Hoe waardevol ook, deze initiatieven zijn slechts een druppel op een hete plaat, door de kleinschaligheid en tijdelijkheid, die samenhangt met een gebrek aan middelen. Voor de opvang van individuele holebi-asielzoekers, zijn bijna geen middelen beschikbaar.

Het probleem dient dus ten gronde bestreden te worden. De oorzaken van vlucht omwille van de seksuele geaardheid moeten worden aangepakt. De tendens om homoseksualiteit steeds vaker te criminaliseren, moet gestopt. We rekenen daarvoor op een verhoogde inzet van onze politici en in de eerste plaats onze minister van Buitenlandse Zaken.

Mieke Stessens namens çavaria (koepel van Vlaamse en Brusselse holebi- en transgendergroepen)
Jan Beddeleem namens  WISH (Werkgroep Internationale Solidariteit met Holebi's)