Aanvullingen bij de ouderschapsbrochure

Aanvullingen bij de ouderschapsbrochure

Wetgeving verandert snel. Daarom vullen we op regelmatige basis de inhoud van de 'Juridische gids over ouderschap voor holebi's en transgenders' aan. Op deze manier houden we de inhoud van de juridische gids up-to-date.

In het najaar 2013 verwachten we de nieuwe ge-update versie van de gids.

De aanvullingen zijn gegroepeerd per thema. Klik hieronder op het thema waarover je meer informatie zoekt. Bij elke aanvulling vind je een verwijzing naar de pagina in de juridische gids waarover het gaat.

 

Medisch begeleide voortplanting bij lesbiennes: beschermen tegen aanspraken van de spermadonor

Draagmoederschap

Transseksuelen met kinderen of met een kinderwens

Dubbele familienaam bij adoptie

Meemoederschapsverlof en geboorteverlof

Adoptieverlof

Pleegzorgverlof

 

Medisch begeleide voortplanting bij lesbiennes met een kinderwens

Bescherming tegen aanspraken van de spermadonor

Aanvulling bij:  "Wat als de juridische moeder niet toestemt in de erkenning?" (p.11-12)

Samenvatting:

De erkenning door de genetische vader kan geweigerd worden op grond van het belang van het kind, zelfs al betreft het kinderen van minder dan één jaar bij het inleiden van de procedure.

Toelichting:

In de gids wordt gewaarschuwd voor mogelijke juridische complicaties bij zelfinseminatie met een bekende donor. De bekende spermadonor zou kunnen proberen zijn juridisch vaderschap te laten vaststellen. De juridische moeder zal moeten instemmen met de erkenning door de spermadonor. Weigert ze in te stemmen, dan kan de spermadonor die weigering aanvechten voor de rechtbank van eerste aanleg. Indien de juridische moeder vervolgens niet kan bewijzen dat de spermadonor niet de genetische vader is, dan zal de rechtbank de erkenning moeten toestaan. Is het kind echter ouder dan één jaar bij het inleiden van de procedure, dan kan de rechtbank de erkenning toch nog weigeren wanneer ze in strijd wordt geacht met het belang van het kind.

In een arrest van 16 december 2010 stelt het Grondwettelijk Hof dat de rechtbank van eerste aanleg de erkenning steeds moet kunnen weigeren wanneer ze in strijd wordt geacht met het belang van het kind, dus ook wanneer het kind jonger is dan één jaar bij het inleiden van de procedure. In de aan het Grondwettelijk Hof voorgelegde zaak verzette een juridische moeder zich tegen de erkenning door de genetische vader die een drank- en drugprobleem had en de juridische moeder verkracht had tijdens haar zwangerschap.

Voor lesbische moeders betekent dit dat ze het belang van het kind nu ook kunnen inroepen tegen de mogelijke erkenning door de spermadonor wanneer het verzoek ingeleid wordt binnen het jaar na de geboorte van het kind. Tot aan het arrest van het Grondwettelijk Hof konden ze het belang van kind enkel inroepen wanneer het kind ouder dan één jaar was bij het inleiden van de procedure.

Meer lezen:

Grondwettelijk Hof, arrest nr.144/2010 van 16 december 2010 (www.grondwettelijkhof.be)

 

Draagmoederschap: Californië

Buitenlandse geboorteakte in België erkend ten aanzien van de genetische vader

Aanvulling bij:

"Uit de praktijk" (p. 16)

Samenvatting:

Een buitenlandse geboorteakte kan erkend worden ten aanzien van de biologische vader die een beroep deed op een draagmoeder. Ten aanzien van de meevader daarentegen niet. Hij kan pas de tweede juridische ouder worden van het kind na co-ouderadoptie.

Toelichting:

Twee gehuwde Belgische mannen werden vader van een tweeling via een Californische draagmoeder. Eén van hen was de genetische vader van het kind. Ze hadden een uitspraak van een Californische rechtbank waarin ze beiden aangeduid werden als de juridische vaders van de kinderen. In de uitspraak stond ook dat de vrouw die van de kinderen bevallen was niet de juridische moeder was van de kinderen. De Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand – en later ook de rechtbank van eerste aanleg van Huy – weigerden de buitenlandse geboorteakte te erkennen omdat ze het gevolg was van een draagmoederschapsovereenkomst. Volgens de Amerikaanse wetgeving hadden de kinderen bijgevolg twee juridische vaders, volgens de Belgische wetgeving waren ze ouderloos.

De twee mannen gingen in beroep en kregen (gedeeltelijk) gehoor bij het Luikse hof van beroep. Het hof stelde dat de buitenlandse geboorteakte in België erkend moest worden ten aan zien van de biologische vader. Weliswaar was ze het gevolg van een draagmoederschapsovereenkomst, maar wanneer ze niet erkend zou worden in België ten aanzien van de biologische vader, dan zou dit tot gevolg hebben dat de tweeling kinderloos zou zijn. Dat zou hoogst nadelig zijn voor de kinderen. Ten aanzien van de meevader werd de geboorteakte niet erkend. Hij kan enkel de tweede juridische ouder worden van de kinderen via de co-ouderadoptie. De Belgische wet laat niet toe dat een oorspronkelijke afstammingsband wordt vastgesteld ten aanzien van een meevader.

Bijkomende toelichting:

Homoseksuele mannen die een beroep doen op een draagmoeder in het buitenland, kunnen op twee manieren in moeilijkheden geraken. Vooreerst kan het Belgische consulaat of de Belgische ambassade van het land waar het kind geboren is, de afstammingsband zoals die werd vastgelegd in een buitenlandse geboorteakte en/of een buitenlandse gerechtelijke beslissing niet erkennen. Het kind krijgt dan geen Belgische paspoort en kan niet naar België komen. Daarnaast is het mogelijk dat het kind wel naar België kan komen, maar dat de ambtenaar van de burgerlijke stand in de Belgische gemeente waar men het kind wil inschrijven weigert om de buitenlandse geboorteakte over te schrijven.

Redenen voor een weigering kunnen bijvoorbeeld zijn: strijdigheid met de Belgische openbare orde of het willen ontsnappen aan de Belgische wetgeving. In beide gevallen kan beroep aangetekend worden tegen de beslissing bij de rechtbank van eerste aanleg.

Meer lezen:

Hof van beroep Luik 6 september 2010, Journal des Tribunaux 2010, 634-636.

 

Draagmoederschap: Oekraïne

Genetische vader kan kind dat geboren werd via draagmoederschap rechtsgeldig erkennen

Aanvulling bij:

"Uit de praktijk" (p. 16).

Samenvatting:

De erkenning door de genetische vader van een kind dat geboren werd na draagmoederschap is rechtsgeldig.

Toelichting:

Twee gehuwde Belgische mannen werden vader van een kind via een Oekraïense draagmoeder. Eén van hen was de genetische vader van het kind. Bij de aangifte van de geboorte in Oekraïne erkende de genetische vader het kind. De draagmoeder werd later ontheven uit het ouderlijk gezag omdat na een sociaal onderzoek werd vastgesteld dat ze de opvoeding van het kind niet wenste op te nemen.

De Belgische autoriteiten weigerden evenwel om het kind als Belg te erkennen en om een Belgisch paspoort (en een verblijfsvergunning) af te leveren omdat ze van oordeel waren dat de vaderlijke afstamming van het kind niet wettelijk vaststond. Vermits volgens de autoriteiten niet vaststond dat het kind afstamde van de Belgische vader, kon het de Belgische nationaliteit niet verwerven. Daardoor kon het kind Oekraïne niet verlaten en kwam het uiteindelijk terecht in een Oekraïens weeshuis.

De rechtbank oordeelde dat de erkenning van het kind door de genetische vader niet strijdig was met de Belgische openbare orde. Het feit dat er in België geen wettelijke regeling bestaat voor draagmoederschap vormde geen reden om de erkenning te weigeren. Door de erkenning toe te staan, werd ook geen uitwerking gegeven aan een draagmoederschapsovereenkomst. Overigens was er in deze zaak geen sprake van een wensmoeder die in de geboorteakte vermeld werd als juridische moeder van het kind.

De rechtbank besloot dat de geboorteakte die in Oekraïne werd opgemaakt een rechtsgeldige authentieke akte is waaruit de erkenning van het kind door de genetische vader blijkt.

Bijkomende toelichting:

Homoseksuele mannen die een beroep doen op een draagmoeder in het buitenland, kunnen op twee manieren in moeilijkheden geraken. Vooreerst kan het Belgische consulaat of de Belgische ambassade van het land waar het kind geboren is, de afstammingsband zoals die werd vastgelegd in een buitenlandse geboorteakte en/of een buitenlandse gerechtelijke beslissing niet erkennen. Het kind krijgt dan geen Belgische paspoort en kan niet naar België komen. Daarnaast is het mogelijk dat het kind wel naar België kan komen, maar dat de ambtenaar van de burgerlijke stand in de Belgische gemeente waar men het kind wil inschrijven weigert om de buitenlandse geboorteakte over te schrijven.

Redenen voor een weigering kunnen bijvoorbeeld zijn: strijdigheid met de Belgische openbare orde of het willen ontsnappen aan de Belgische wetgeving. In beide gevallen kan beroep aangetekend worden tegen de beslissing bij de rechtbank van eerste aanleg.

Meer lezen:

Rechtbank van eerste aanleg Brussel 15 februari 2011, Tijdschrift voor Internationaal Privaatrecht 2011/1, 125-131.

 

Transseksuelen met kinderen of met een kinderwens

Europees Hof voor de Rechten van de Mens bevestigt impliciet dat de geslachtswijziging geen invloed mag hebben op de uitoefening van het ouderlijk gezag of de verblijfsregeling

Aanvulling bij: "Transseksuelen met kinderen" (p.24)

Samenvatting:

Een geslachtswijziging leidt soms tot een echtscheiding. De geslachtswijziging mag echter geen reden vormen om de uitoefening van ouderlijk gezag exclusief toe te kennen aan de niet-transseksuele ouder of om een verblijfsregeling of een recht op persoonlijk contact te wijzigen. De rechtbank moet de omstandigheden geval per geval beoordelen.

Dit wordt nu impliciet bevestigd in een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Toelichting:

Een Spaanse transvrouw had - voor haar geslachtswijziging - samen met haar echtgenote een kind gekregen. Na de geboorte van het kind begon de transvrouw haar behandeling met het oog op een geslachtswijziging van man naar vrouw. Het kwam al snel tot een echtscheiding. Beide ouders kwamen overeen dat ze samen het ouderlijk gezag zouden blijven uitoefenen. Het kind zou bij de moeder verblijven en de transvrouw mocht persoonlijk contact onderhouden met het kind gedurende één weekend op twee en de helft van de schoolvakanties. Later vroeg de moeder aan de rechtbank om dit recht op persoonlijk contact sterk in de perken. De transvrouw mocht het kind nog ontmoeten tijdens één zaterdag op twee, van 17u tot 20u, in een ontmoetingscentrum onder het toezicht van de moeder en de begeleiders van het centrum.

De transvrouw trok naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omdat ze van oordeel was dat de beperking van het recht op persoonlijk contact ingegeven was door het feit dat ze transseksueel was en het dus discriminerend was. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgde deze redenering niet en wees de klacht unaniem af. Volgens het Hof stond de beperking van het recht op persoonlijk contact niet in verband met de transseksualiteit van de vrouw, maar wel met de emotioneel instabiele toestand die ze doormaakte en die vastgesteld was in een psychologisch rapport. Die dreigde de emotionele gezondheid en de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind te verstoren. Het Hof vond het daarom gerechtvaardigd dat in het belang van het kind maatregelen werden genomen.

Meer lezen:

Europees Hof voor de Rechten van de Mens, P.V. tegen Spanje 30 november 2010 (nr. 35159/09)

 

Nederland geeft het voorbeeld

Aanvulling bij: "Transseksuelen met een kinderwens" (p.25)

Samenvatting:

Een transvrouw van wie de echtgenote of vrouwelijke partner bevalt van een kind, zal pas de tweede juridische ouder worden van het kind na co-ouderadoptie, ook al werd het kind verwekt met ingevroren sperma van de transvrouw. In Nederland - waar gelijkaardige bepalingen gelden - oordeelde het gerechtshof van Leeuwarden dat een transvrouw de tweede juridische ouder kan worden van het kind dat met haar ingevroren sperma werd verwekt, zonder de co-ouderadoptieprocedure te moeten doorlopen.

Toelichting:

Een transvrouw wordt niet automatisch de (tweede) juridische moeder van het kind waarvan haar echtgenote of vrouwelijk partner bevallen is, ook al werd het kind verwekt met ingevroren sperma van de transvrouw. Een ongehuwde transvrouw kan het kind waarvan haar vrouwelijke partner bevallen is niet erkennen en er op die manier de (tweede) juridische ouder van worden, ook al werd het kind verwekt met ingevroren sperma van de transvrouw. In beide gevallen zal de transvrouw het kind moeten adopteren door middel van de co-ouderadoptie.

Het gerechtshof van Leeuwarden (Nederland) oordeelde op 23 december 2010 dat het in strijd is met de mensenrechten en de ontwikkelingen in het Nederlandse recht dat een transvrouw niet zonder het doorlopen van de adoptieprocedure de (tweede) juridische moeder kan worden van het kind waarmee ze genetisch verwant is. Het gerechtshof was van oordeel dat een 'juridisch noodverband' moest aangelegd worden en stelde (gerechtelijk) vast dat de transvrouw (naast haar echtgenote) de juridische ouder is van het kind. Hoewel de co-ouderadoptie tot hetzelfde resultaat zou leiden, volgde het gerechtshof de transvrouw en haar echtgenote in hun principiële keuze om daar vanaf te zien.

 

De binnenlandse adoptieprocedure

Dubbele familienaam bij gewone adoptie is een recht

Aanvulling bij: "Toch een dubbele familienaam bij adoptie?" (p.52)

Samenvatting:

Bij gewone adoptie kunnen lesbische paren aan de rechtbank vragen om een dubbele familienaam toe te kennen, samengesteld uit de familienaam van de vrouw die van het kind bevallen is en de naam van de meemoeder.

Voortaan is dit een recht in plaats van een gunst van de rechtbank. Bij gewone adoptie kan de rechtbank niet meer weigeren om een dubbele familienaam toe te kennen. Vervolgens kan je de omzetting vragen in volle adoptie met - in het belang van het kind - het behoud van de dubbele familienaam.

Toelichting:

Twee gehuwde vrouwen hadden elk een eigen kind. Aan de Jeugdrechtbank vroegen ze om de gewone adoptie uit te spreken en te bepalen dat de kinderen een dubbele familienaam zouden dragen. Het verzoek werd ingewilligd. Het parket stelde echter hoger beroep in tegen de vonnissen van de Jeugdrechtbank omdat de wet letterlijk stelt dat bij een gewone adoptie binnen een gelijkgeslachtelijk paar de familienaam van de biologische moeder of van de adopterende moeder moet worden gekozen (artikel 353-2, par.2, eerste lid BW), daar waar in andere situaties wel een dubbele familienaam kan worden gekozen (artikel 353-1, par.1 BW).

Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de onmogelijkheid om binnen een gelijkgeslachtelijk paar te kiezen voor een dubbele familienaam een schending uitmaakt van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. In geval van gewone adoptie binnen een gelijkgeslachtelijk paar mag de rechtbank niet meer weigeren om een dubbele familienaam toe te kennen.

Meer lezen:

Grondwettelijk Hof, arrest nr.104/2010 van 16 september 2010 (www.grondwettelijkhof.be)

 

Praktische gevolgen: sociaal recht

Stad Brussel geeft geboorteverlof

Aanvulling bij: "Vaderschapsverlof" (p.97)

Samenvatting:

De Brusselse gemeenteraad besliste in november 2010 om geboorteverlof toe te kennen aan het vrouwelijk gemeentepersoneel ter gelegenheid van de bevalling van hun vrouwelijke partner.

Toelichting:

Een vader kan wel aanspraak maken op tien dagen vaderschapsverlof ter gelegenheid van de geboorte van zijn kind. 

Meemoeders hebben recht op 10 dagen geboorteverlof. 

 

Praktische gevolgen: sociaal recht

Geboorteverlof goedgekeurd

Aanvulling bij:

"Vaderschapsverlof" (p. 97).

Samenvatting:

Meemoeders die in de privé-sector of als contractueel federaal ambtenaar werken hebben voortaan recht op tien dagen geboorteverlof.

Daardoor zouden meemoeders die statutair federaal ambtenaar zijn nu ook recht moeten krijgen op geboorteverlof (zie de gids op p. 97 voor wat betreft de verklaring van de federale minister voor Ambtenarenzaken).

Toelichting:

Algemeen

Het geboorteverlof van tien dagen moet opgenomen binnen een periode van vier maanden na de bevalling. De eerste drie dagen behoudt de werkneemster haar loon, de volgende zeven dagen wordt een vervangingsuitkering uitgekeerd

Wie kan aanspraak maken op geboorteverlof?

Het geboorteverlof wordt toegekend aan:
- de echtgenote van de vrouw die van het kind bevalt;

- of de wettelijke samenwonende partner van de vrouw die van het kind bevalt;

- of de drie jaar op permanente en affectieve wijze feitelijk samenwonende partner van de vrouw die van het kind bevalt.

Het recht op geboorteverlof wordt aangetoond door (1) een huwelijksakte, (2) een bewijs van wettelijke samenwoonst of (3) een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit de inschrijving op hetzelfde adres blijkt gedurende minstens drie onafgebroken jaren voorafgaand aan de geboorte.

Geen cumul van verloven mogelijk.

Het is niet mogelijk om vaderschapsverlof en geboorteverlof te cumuleren voor hetzelfde kind. Zou er dus een juridische vader zijn die vaderschapsverlof opneemt, dan i s het niet meer mogelijk dat een meemoeder aanspraak maakt geboorteverlof.

Wie moederschapsverlof opneemt, kan terzelfdertijd geen geboorteverlof opnemen.

Ten slotte wordt het (opgenomen) geboorteverlof in mindering gebracht van het (opgenomen) adoptieverlof voor één en hetzelfde kind. 

Bijkomende bepaling

In geval van overlijden of verblijf in het ziekenhuis van de vrouw die van het kind bevallen is, kan een gedeelte van de nabevallingsrust omgezet worden in geboorteverlof voor de meemoeder.

Meer lezen:

Wet van 13 april 2011 tot wijziging, wat betreft de meeouders, van de wetgeving inzake het geboorteverlof, Belgisch Staatsblad 10 mei 2011, 27.182.

 

Praktische gevolgen: sociaal recht

RIZIV geeft preciseringen bij adoptieverlof

Aanvulling bij:

"Meemoeders en adoptieverlof" (p. 98).

Samenvatting:

In de gids wordt uitgelegd dat bij co-ouderadoptie door de meemoeder er heel wat onduidelijk is over het adoptieverlof.

Het RIZIV bevestigt in een informatieve brief van 14 juni 2010 dat:

- de meemoeder adoptieverlof kan opnemen;

- het adoptieverlof moet starten binnen de twee maanden na de inschrijving van het kind in het bevolkings- of vreemdelingenregister als deel uitmakend van het gezin;

- het ziekenfonds de vergoeding kan uitbetalen, ook al is de adoptie nog niet helemaal afgerond, op voorwaarde dat een bewijsstuk wordt bezorgd aan het ziekenfonds waaruit blijkt dat de adoptieprocedure daadwerkelijk werd aangevat.

 

Pleegzorg

Pleegzorgverlof gelijkgesteld met gewerkte dagen

Aanvulling bij:

"Pleegzorgverlof voor werknemers" (p. 37).

Samenvatting:

Werknemers uit de privé-sector en contractuele federale ambtenaren kunnen pleegzorgverlof opnemen.

Het opgenomen pleegzorgverlof wordt voortaan gelijkgesteld met gewerkte dagen voor wat betreft de verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, de kinderbijslag, de pensioenen en het stelsel van jaarlijkse vakantie.

Meer lezen:

Koninklijk Besluit van 15 oktober 2010 tot invoering van de gelijkstelling in de socialezekerheidswetgeving en vakantiewetgeving ten behoeve van de werknemers die gebruik maken van het recht op verlof voor pleegzorgen, Belgisch Staatsblad 5 november 2010, 66.334.